Die Hard: of hoe John McTiernan twee keer goud aanboorde

Geplaatst: door Tom van Steensel

Die Hard bestaat vijfentwintig jaar en dat laat Fox niet onopgemerkt voorbijgaan: Bruce Willis werd geëerd met een gigantische muurschildering, een exclusieve bonusdisc moest fans wederom in hun portemonnee doen graaien voor een nieuwe Blu-ray-boxset met de eerste vier films, terwijl het vijfde deel deze week in de bioscoop verschijnt. Wij doen er nog een schepje bovenop en blikken terug op (vooral de John McTiernan-delen uit) de originele trilogie.

Clint Eastwood zette een decennium eerder de toon met Dirty Harry en ook de invloed van Stallone in First Blood (waarin de veteraan op het einde emotioneel instort) mag niet worden onderschat, maar de doorbraak van Willis creëerde zowaar een compleet subgenre. Seagal deed Die Hard op een slagschip, Snipes vocht terroristen van zich af in een vliegtuig, Van Damme ontmantelde bommen in een ijshockeystadion, en ga zo maar door. De oorsprong van de film waarmee het echter allemaal begon is gedeeltelijk te traceren naar Nederland.

John McTiernan met Jan de Bont en Bruce Willis op de set van Die Hard in 1987.

Regisseur John McTiernan was als liefhebber van Europese cinema zo onder de indruk van Jan de Bonts camerawerk in De Vierde Man dat hij de Nederlander inhuurde voor de cinematografie. Het aan elkaar linken van pans en tilts om de geografie duidelijk te maken en het switchen van shots tijdens camerabewegingen waren technieken waar Amerikaanse filmmakers zich nog amper aan waagden, maar McTiernan injecteerde zijn op het eerste gezicht standaard genrefilm volop met Europese elegantie.

Dat gold ook voor de muziek waar componist Michael Kamen Ode to Joy in verwerkte, een stuk klassieke muziek dat nooit eerder door iemand gebruikt werd in een actiefilm. Stanley Kubrick kwam er weliswaar mee weg in A Clockwork Orange, maar de algemene consensus was dat de regisseur van Predator met zijn handen van Beethoven af moest blijven. Zelfs Kamen had in eerste instantie zijn twijfels, en dat terwijl het muziekstuk nu niet meer weg te denken is uit de serie…

Tot twee keer toe verwees McTiernan het script voor de film (gebaseerd op het boek Nothing Lasts Forever) van Jeb Stuart en Steven de Souza naar de prullenbak. De terroristen in het scenario moesten eerst herschreven worden als dieven die zich voordoen als terroristen: Die Hard ging een film worden waarin de kijker met plezier een crimineel meesterplan kon zien ontvouwen. Ook de hoofdpersoon werd compleet omgegooid: deze was in de eerste versies een Schwarzenegger-type die zich op z’n Rambo’s ontpopt tot de “worst nightmare” van de dan nog terroristen…. en dus ver verwijderd van de John McClane die de eerste helft van de uiteindelijke film wanhopig zoekt naar hulp van buitenaf.

"John Wayne does not walk off into the sunset with Grace Kelly"... Alan Rickman houdt Bonnie Bedelia onder schot.

Moonlighting-televisiester Bruce Willis was na twee filmpflops (Sunset en Blind Date) vastbesloten om als diezelfde McClane zijn kenmerkende smirk nu eens met succes naar het witte doek te brengen. Britse toneelacteur Alan Rickman maakte van Hans Gruber zo’n charismatische schurk dat hij na zijn bioscoopdebuut nooit meer echt van het predikaat “slechterik” af zou komen. Die Hard werkt het best als een soort “urban western” (o.a. Gary Cooper en Roy Rogers worden in de film aangehaald) met een showdown tussen beide heren, maar ook acteurs als Hart Bochner (als cokesnuivende yuppie) en Bonnie Bedelia (als Willis’ vrouw) krijgen allemaal ‘hun’ moment.

Twee jaar later waren de bad guys in de sequel nu wel het type terroristen die uit de eerste film werden geschreven, en dus nam Renny Harlin, die later ook Die Hard op een berg maakte, het over van McTiernan. En de Finse regisseur heeft net iets minder zicht op de essentie van John McClane. McTiernan brengt Willis in beeld als een underdog die in veel shots kleiner lijkt dan de rest van zijn omgeving. Harlin maakt van hem juist een held die vaker het middelpunt is van een scène. Toch volgt de film verder dezelfde formule: het is kerstmis, zijn vrouw is in gevaar, hij wordt tegengewerkt door de lokale politie en veel oude personages duiken, soms geforceerd, opnieuw op.

Door de herhaling hinkt de film af en toe tegen een parodie aan. McClane krijgt zelfs teksten als “how can the same shit happen to the same guy twice?”. In feite dus de makers die zeggen “ja, dit is inderdaad een herhalingsoefening, maar ga er alsjeblieft in mee”. Desondanks is er genoeg inventieve actie (ook de bodycount werd flink opgeschroefd) en wanneer de terroristen een passagiersvliegtuig laten exploderen (de studio wilde er een vrachtvliegtuig van maken), wordt de film met een enorme impuls richting een spectaculair einde geslingerd. Alleen voelen de oneliners net wat minder grappig aan, wanneer er zojuist honderden mensen om het leven zijn gekomen.

John McTiernan en Bruce Willis op de set van Die Hard: With A Vengeance.

Na het donkere tweede deel kon Die Hard: With A Vengeance doen wat Last Crusade deed voor Indiana Jones. John McTiernan had iets goed te maken na het geflopte Last Action Hero en samen met scenarist Jonathan Hensleigh (die later mee zou schrijven aan Con Air en The Rock) voegde hij weer Eurotrash bad guys toe aan het script. Het derde deel werd opnieuw een heist-movie, waarin Jeremy Irons de meest vermakelijke goudroof sinds Goldfinger opzet. Daarbij geen Ode to Joy, maar wel weer een muzikale Kubrick-connectie: het gebruikte When Johnny Comes Marching Home-deuntje speelt ook door Kubricks koude oorlog satire Dr. Strangelove.

Spike Lee would approve: Willis op locatie in New York met het bord dat later in postproductie werd aangepast.

Met kerst voor een derde keer toevallig op een plek zijn waar Bonnie Bedelia in gevaar komt zou teveel van het goede zijn, dus werd er zowaar een originele invalshoek bedacht: Willis is dit keer juist een voor Irons onmisbare schakel in zijn beroving van de federale bank. Let ook op de onconventionele opening (foto boven) die de studiobazen oorspronkelijk compleet wilden schrappen en zie onderstaande foto voor het verschil tussen Harlin en McTiernan. Niet alleen zijn de acteurs in de scène allemaal groter dan Willis, ze werden ook nog eens op kisten gezet om McClane helemaal in de rol van underdog te duwen. Iets dat je nooit zou zien in de film van Harlin.

Helaas worden Willis en Samuel L. Jackson op het einde als in een oude Batman-aflevering aan een gigantische bom vastgeketend, gevolgd door een gehaast slotstuk aan de Canadese grens. Hensleigh zou toegeven dat hij zelfs tien jaar later nog steeds geen beter slotstuk bedacht kon krijgen. Een alternatief einde (waarin Willis een psychologisch spelletje speelt met Irons) werd wel opgenomen, maar niet gebruikt omdat deze McClane te hard en ongenadig over zou laten komen. En eindigen met een exploderende helikopter in plaats van twee personages die met elkaar praten lijkt natuurlijk sowieso een “veiliger” slotakkoord voor een zomerse blockbuster.

Tien jaar later bracht Live Free or Die Hard het familie-element weer terug, maar sloeg de overige planken helaas mis. Len Wiseman is het type onervaren regisseur dat braaf “ja” en “amen” zegt tegen wensen van de studio, en de film is mede daardoor een karakterloos samenraapsel bedacht door een klein leger aan studiobazen en scenaristen om maar een zo groot mogelijk publiek aan te spreken: parcour guy, kung fu chick, product placement, Kevin Smith cameo inclusief genante Star Wars-grapjes, etc. Het harkte echter genoeg geld binnen voor nog een sequel, waarin Willis met hulp van Jai Courtney hopelijk weer iets van de magie van het eerste deel kan herpakken.

Fanmade awesomeness: bovenstaande HD-fantrailer van Die Hard 3 is een bijna shot voor shot remake van de onderstaande trailer, die enkel in slechte kwaliteit op een paar oude VHS-banden is terug te vinden.