Arrival

Beoordeling:

Geplaatst: door Jochem Geerdink

“If mortality is what it is like to live after Eden, misunderstanding is what it is like to live after Babel.” Dat schrijft hoogleraar Engels en auteur Esther Schor in een boek over het ontstaan en falen van Esperanto, een taal die de mensheid had moeten verbinden. De toren van Babel was waar de menselijke communicatie uiteenviel in verschillende talen, waar de mensheid elkaar letterlijk en figuurlijk minder goed ging verstaan, met catastrofale gevolgen.

Tekst: Elise van Dam

In de linguïstiek bestaat het idee dat taal ons denken en daarmee ook ons begrip van de wereld vormt. Dat is ook een van de centrale ideeën in Arrival, de nieuwe film van Denis Villeneuve. Onbegrip tussen mensen of volken die elkaar niet verstaan is in die gedachtegang dus niet alleen een kwestie van taal, maar ook van een manier van denken. Wanneer twaalf geheimzinnige ruimteschepen landen op verschillende plekken op aarde, rukt uiteraard het leger uit. De Amerikaanse landingsplek in Montana wordt hermetisch afgesloten. Maar een van de eerste mensen die het leger daar invliegt is een taalexpert. 

We hebben al talloze varianten gezien op het first contact tussen mens en buitenaards leven, maar in zijn verfilming van Ted Chiangs korte verhaal Story of Your Life richt Villeneuve zich op het meest fundamentele: het vinden van een gemeenschappelijke taal, een manier om te kunnen communiceren. Taalkundige en docent Louise Banks (Amy Adams) krijgt van het leger opdracht de wezens een antwoord zien te ontfutselen op de vraag der vragen: waarom zijn jullie hier?

Wanneer de eerste fundamenten voor communicatie zijn gelegd, wordt duidelijk dat de taal van de buitenaardse wezens niet lineair is, zoals die van de mens, maar circulair. En naarmate Louise die taal meer gaat doorgronden, verandert dat haar begrip van de wereld, haar ervaring van tijd en causaliteit, ingrijpend. Begin en einde verliezen betekenis voor haar. “I remember moments in the middle.”

De dramatische spanning wordt opgevoerd wanneer China dreigt de aliens de oorlog te verklaren. Dat is althans de bedoeling, maar juist dat markeert het moment waarop de bijna claustrofobische intensiteit van de film inzakt. Het is het vertrouwde adagium: als we de ander niet begrijpen, slaan we erop los. We hebben het al zo vaak gezien. Waar Villeneuve en scenarist Eric Heisserer aanvankelijk ver blijven van clichés, lukt dat in het tweede deel steeds minder.

Je voelt dat Villeneuve iets heeft willen maken dat nieuw voelt en dat hij de visie en capaciteiten heeft om zoiets te doen, heeft hij met eerdere films als Polytechnique, Enemy en Sicario wel bewezen. Maar het is een enorme opgave en helaas herinnert Arrival uiteindelijk net iets te vaak aan eerdere sciencefictionfilms om echt die radicaal nieuwe ervaring te bieden. Als het tweede deel van een film het eerste overtreft is het makkelijker die film als goed te herinneren dan wanneer het, zoals bij Arrival, omgekeerd is. En juist daarom keer ik nog even terug naar dat begin.

Want zelden voelde een confrontatie met buitenaards leven zo werkelijk. De verdwaasde verwarring wanneer het nieuws de landing meldt. Hoe het ruimteschip daar hangt in dat gure veld in Montana, de mist die over de heuvels rolt. De routinematigheid van de voorbereidingen die zo botst met de onvoorstelbaarheid van wat gaat gebeuren. Hoe de tijd vertraagt wanneer Louise voor het eerst het schip betreedt. De textuur, de lichtval, de dreunende uithalen in de muziek. Het zware ademen in de ruimtepakken dat treft met de klanken en ritmes die de wezens uitstoten.

De regie van Villeneuve, de cinematografie van Bradford Young, de soundtrack van Jóhann Jóhannsson; alles werkt hier samen en creëert een magische capsule van verwondering en ontzag. En wanneer de wezens opdoemen uit de mist, is het niet eens echt van belang hoe die er precies uitzien. Het gaat hier over de fundamentele ervaring van een ontmoeting. Een ontmoeting met iets wat je nog nooit gezien hebt. En hoe overweldigend dat is.

Trailer