Bloed, Zweet & Tranen

Beoordeling:

Geplaatst: door Jochem Geerdink

Twee jaar geleden kreeg regisseur Diederick Koopal tijdens het Nederlands Film Festival zowel de pers- als publieksprijs voor zijn debuut De Marathon. Georgina Verbaan werd toen gelauwerd met een Gouden Kalf voor beste vrouwelijke bijrol. Het moet heel raar lopen wanneer Bloed, Zweet & Tranen begin oktober niet met de hoofdprijzen naar huis gaat.

In de tweede helft van de jaren negentig had ik naast mijn studie een bijbaantje als taxichauffeur in woonplaats Breukelen. Ook omliggende gemeenten als Loenen aan de Vecht, Abcoude én Vinkeveen werden door ons bediend. Zo gebeurde het dat ik ook André Hazes - en zijn gezin - nog wel eens in de auto had.

Met André waren dat vaak heel korte ritjes, meestal van zijn stamkroeg De Plashoeve op de Baambrugse Zuwe naar het prachtige huis van de familie op de Groenlandsekade 83-a. Een afstand van nog geen kilometer, hooguit tien minuten wandelen. Maar de vaak flink beschonken Hazes bestelde doodleuk een taxi, duwde 25 gulden in je handen ("is goed zo"), nam plaats op de passagiersstoel en trok een blikje bier open. "Een bvo'tje, biertje voor onderweg", lachte hij dan. Voor we bij zijn huis waren, was het blikje alweer leeg.

Die Hazes uit mijn herinnering zag ik vorige week op het witte doek tijdens één van de eerste scènes in Bloed, Zweet & Tranen. Hazes (Martijn Fischer) stapt in de auto bij zijn chauffeur Rob (Loek Peters) op weg naar een optreden in een zaaltje vol sneue verzekeringsfiguren. Zowel fysiek als in zijn doen en laten ís Utrechter (!) Fischer - die de volkszanger zo'n vijfhonderd keer speelde in de musical Hij Gelooft In Mij - simpelweg Hazes.

Niet alleen Fischer (De Nobelprijswinnaar), maar de hele film is onwaarschijnlijk indrukwekkend. Regisseur Diederick Koopal (De Marathon) en scenarioschrijver Frank Ketelaar, die ook meepende aan de musical, schetsen een vaak donker en triest portret van de volkszanger aan de hand van drie periodes: de jeugd van de 8-jarige Hazes (Matheu Hinzen) in de Amsterdamse Gerard Doustraat - met een bijrolletje voor Eric Corton als marktkoopman - zijn grote doorbraak aan de hand van producer Tim Griek (Fedja van Huêt) begin jaren tachtig en de laatste maand voor zijn dood in september 2004.

Die periodes lopen vaak vlekkeloos in elkaar over en hebben allemaal één ding gemeen: ze grijpen je naar de strot en zorgen voor een stomp in je maag. De afranselingen door vader Joop (een intense Raymond Thiry) die de voedingsbodem zijn voor Hazes' faalangst jaren later, de gloriejaren aan de hand van Griek, feitelijk zijn enige vriend, en het afrekenen met zijn demonen uit het verleden vlak voor zijn dood. Met af en toe een vleugje humor om de tragiek van Hazes' leven nog eens extra te benadrukken.

Er is heus wat aan te merken op Bloed, Zweet & Tranen, maar dat doet weinig af aan het eindproduct. Met zijn tweede speelfilm levert Koopal na het ook al geweldige De Marathon een nóg betere film af. Niet alleen dankzij de grandioze Fischer, die vast een plekje mag inruimen voor een Gouden Kalf, trouwens, ook de bijrollen zijn erg sterk. Naast de al genoemde Van Huêt en Thiry schittert Hadewych Minis als Rachel, Hazes' derde vrouw. En Marcel Hensema brengt Johnny Kraaykamp senior weer even tot leven.

Weliswaar is de film een oprecht en intens portret van André Hazes, het is zeker geen film die uitsluitend fans van de volkszanger zal raken. Want geloof me: geraakt word je, ook al heb je niks met Hazes.

Trailer