Fijne Filmklassieker: All the President's Men

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

Eind februari won Spotlight de Oscar voor beste film. Tom McCarthy’s film over de onthullingen over seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk door journalisten van de Boston Globe werd al veelvuldig vergeleken met die andere film over een Pulitzerprijs-winnend staaltje onderzoeksjournalistiek: All the President’s Men van Alan J. Pakula. En laat die film dit jaar ook nog eens precies veertig jaar oud zijn. Genoeg reden dus voor een terugblik op deze klassieker.

“Nothing’s riding on this”, stelt Ben Bradlee (Jason Robards) sarcastisch, “Except the first amendment of the constitution, the freedom of press and maybe the future of the country.” Bradlee, hoofdredacteur van The Washington Post, staat midden in de nacht samen met twee journalisten in zijn tuin. Binnen kunnen ze immers worden afgeluisterd. De twee journalisten zijn Bob Woodward (Robert Redford) en Carl Bernstein (Dustin Hoffman) en ze zijn iets op het spoor dat de geschiedenisboeken zou ingaan als het Watergate-schandaal en uiteindelijk president Richard Nixon tot aftreden zou dwingen.

Alan J. Pakula was een meester in het genre van de zogeheten paranoiathriller. Het is een genre dat inherent verbonden is aan de jaren zestig en zeventig, denk bijvoorbeeld ook aan Roman Polanski’s Chinatown, Francis Ford Coppola’s The Conversation. Het waren de jaren van de Koude Oorlog, van de Stasi en de KGB. Van klikjes in de telefoonverbinding en microfoontjes achter het behang. Maar ook de jaren van de Vietnamoorlog en – uiteraard – het Watergate-schandaal. Als er een periode is aan te wijzen waarin het volk haar politici leerde wantrouwen, zijn het deze decennia. 

All the President’s Men is het sluitstuk van wat later Pakula’s “paranoia trilogy” is gedoopt, met Klute (1971) en The Parallax View (1974) als voorgangers. Alle drie volgen ze protagonisten die een samenzwering ontdekken en behalve in Klute is er een politieke lading. Toch is All the President’s Men nauwelijks een politieke film, maar een film over journalistiek. En dus zijn er vooral veel typemachines, jachtige loopjes over de redactie van The Post, telefoons die worden opgehangen en deuren die worden dichtgeslagen. Maar het was juist de weigering waar ze al direct op stuitten, die maakte dat Woodward en Bernstein onraad roken en die hen al spoedig deed beseffen dat ze creatief moesten zijn wilden ze mensen aan het praten krijgen.

In een van de beste scènes van de film gaat Bernstein op bezoek bij een boekhoudster (Jane Alexander) die informatie heeft over een schimmig fonds van de Committee to Re-elect the President. Bernstein werkt zich naar binnen door om een sigaret en vuurtje te vragen, waarna de zus van de boekhoudster hem een kopje koffie aanbiedt. Er ontvouwt zich een tergend trage conversatie tussen de twee waarbij Bernstein tracht brokjes informatie bij haar los te trekken, zich er constant van bewust dat zij elk moment kan stoppen met praten. Intussen laat hij zich constant nieuwe koffie inschenken. Uiteindelijk gaat hij, twintig koppen koffie verder, stuiterend weg met een drietal initialen: P, L en M.

“All we’ve got is pieces”, verzucht Woodward tegenover zijn geheime bron Deep Throat, “And we can’t seem to figure out what the puzzle is supposed to look like.” In halfduistere parkeergarages spreekt Woodward af met de mysterieuze figuur (mooi dreigend gespeeld door Hal Holbrook) die hem vanuit de schaduw met cryptische aanwijzingen de juiste richting tracht op te sturen. Het was Deep Throat die Woodward in de richting van Nixon wees. In 2005 onthulde Vanity Fair dat Mark Felt, destijds de tweede man van de FBI, de man was die bekend stond als Deep Throat.

De samenwerking tussen de bloedserieuze Woodward en relatief onervaren Bernstein liep aanvankelijk stroef. Veel regisseurs hadden de dynamiek tussen de twee tot het centrum van hun film gemaakt. Zo niet Pakula. Zoals bij goede journalistiek draait het niet om de ego’s. Alle clichés over nieuwsredacties die we kennen uit films lijken geboren in All the President’s Men; het op de rand van bureaus zitten, de onflatteuze kleding, het constante geluid van rinkelende telefoons en op typemachines tikkende vingers. De acteurs, Redford en Hoffman voorop, verdwijnen in hun rollen. Je vergeet bijna dat Robards ooit iets anders heeft gedaan dan met zijn voeten op het bureau een krant leiden.

Het proces van Woodward en Bernstein was traag en frustrerend, wat ze ontdekten was complex en technisch. Dat vertaalt zich niet zomaar in een interessante film en Pakula maakt het zichzelf ook niet makkelijk door hondstrouw te blijven aan het gelijknamige boek dat Bernstein en Woodward schreven. Want dat boek staat boordevol feitelijke details; namen, data, geldbedragen. Precies de reden dat het lang duurde voordat de Watergate-onthullingen resonantie vonden bij andere kranten en het volk. Simpel gezegd: het kon niemand wat schelen.

Nixon werd herkozen op een moment dat er al onthullingen waren gedaan door de Washington Post. Maar de onthullingen gingen over de mensen op de achtergrond, mensen wier namen de gemiddelde Amerikaan niets zei. En ook wie vandaag de dag All the President’s Men met weinig voorkennis kijkt zal zich enigszins verloren voelen in de wirwar van alweer vergeten namen. En toch is dat nauwelijks een bezwaar. Dankzij de feilloze regie van Pakula behoudt All the President’s Men twee uur lang een aanstekelijke intensiteit en voelt de film zelfs veertig jaar later nog steeds urgent. 

Trailer