Fijne Filmklassieker: The Man Who Fell To Earth

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

Na Aladdin Sane, Ziggy Stardust en de Thin White Duke namen we afgelopen week ook afscheid van het genie dat al die persona’s creëerde. De mens David Robert Jones overleed afgelopen zondag op 69-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Maar niet zonder dat de artiest David Bowie van zijn afscheid van het leven een ontroerend en indrukwekkend slotstuk van zijn kunstenaarschap maakte. Bowie gaat de geschiedenisboeken in als muzieklegende, maar ook als mode-icoon, taboedoorbreker en acteur. Wij blikken deze week terug op The Man Who Fell To Earth, zijn eerste filmrol, en misschien wel de meest essentiële.

De plot van deze vreemde sciencefictionfilm begint vanuit een simpel uitgangspunt. Een buitenaards wezen komt naar de aarde om water te halen voor zijn uitgedroogde thuisplaneet, waar hij vrouw en kinderen heeft achtergelaten. Het wordt al ingewikkelder als de zich Thomas Jerome Newton noemende vreemdeling een miljoenenbedrijf uit de grond stampt met patenten op onder meer zelfontwikkelende fotorolletjes en het wordt allemaal tamelijk verwarrend wanneer er huurmoordenaars met gouden helmen opduiken.

Regisseur Nicolas Roeg vertelt zijn verhaal in de hem zo eigen discontinue stijl waarbij montage de betekenis niet genereert, maar juist openbreekt. The Man Who Fell To Earth kijk je dan ook niet voor de plot, maar voor de atmosfeer en de unieke visuele stijl die regisseur Nicolas Roeg creëert waar vanuit meerdere, zelden sluitende interpretaties opborrelen. Samen met cinematograaf Tony Richmond gaf hij de film een intrigerende beeldtaal die stevig gefundeerd is in de prachtige landschappen en indrukwekkende wolkenpartijen van New Mexico, waar een groot deel van de film werd gedraaid.

Dat Roeg in Bowie de ideale hoofdrolspeler vond toen hij hem zag in de BBC-documentaire Cracked Actor, is niet zo vreemd. Wie naar David Bowie kijkt heeft nauwelijks voorstellingsvermogen nodig om te geloven dat hij van een andere planeet komt. In zijn bestaan als rockster heeft hij talloze transformaties ondergaan, zich daarbij nooit conformerend aan gender of conventies. Zijn feloranje haar, bleke huid en de afwijkende pupillen (een aandoening die hij overhield aan een vechtpartij als tiener); alles klopt. "I wouldn’t know what the film would’ve been without him", zei scriptschrijver Paul Mayersberg jaren later in een tv-interview. "It’s inconceivable."

Voor Bowie was het zijn eerste echte filmrol, maar een rol speelde hij nauwelijks. In interviews gaf hij later aan dat zijn personage in The Man Who Fell to Earth praktisch samenviel met zijn eigen staat van zijn in die jaren. "I just learned the lines for that day and did them the way I was feeling", vertelde hij in 1992 aan Movieline. "It wasn't that far off. I actually was feeling as alienated as that character was." Hij consumeerde naar eigen zeggen tien gram cocaïne per dag, al stelt een artikel van Uncut dat hij clean was gedurende de draaiperiode en voornamelijk leefde op ijsjes. Cocaïne of ijsjes; het resultaat is verbluffend. "It's a good exhibition of somebody literally falling apart in front of you", in de woorden van Bowie.

Niet lang na afronding van de film was de limiet bereikt. De druk van beroemdheid woog hem zwaar en zijn drugsverslaving vrat in hoog tempo aan zijn vermogen en gezondheid. Zo goed als platzak vertrok hij naar Berlijn waar hij zijn beroemde Berlijnse trilogie maakte die zowel in muziek als in het persona van de Thin White Duke direct voortvloeide uit The Man Who Fell To Earth. Hij bleef terugkeren naar de filmwereld, met rollen in onder meer The Hunger, Merry Christmas Mr. Lawrence en Labyrinth. Vanuit acteeroogpunten zijn veel van die rollen beter, maar geen enkele paste Bowie zo goed als die van de gevallen alien.

Het sleutelwoord in The Man Who Fell To Earth is alienation. Niet alleen is Thomas een buitenaards wezen, hij komt ook nog eens als Brit in Amerika, en dankzij Sting weten we dat die twee min of meer op hetzelfde neerkomen. Nadat Thomas uit de lucht valt strompelt hij een stadje in. Hij wandelt langs een verlaten kermis, een truck met opeengepakte schapen rijdt voorbij, de gedrongen stem van Louis Armstrong klinkt uit een winkeltje. De vreemdeling is hier net zo min thuis als in de veel te grote en veel te warme duffeljas die hij draagt.

Die onthechting tussen mensen en hun omgeving is een thema dat regelmatig terugkeert in het werk van Roeg, waarin mensen vaak terechtkomen in een wereld die hen vreemd is. Denk aan Chas in Performance en de in de Australische outback verdwalende kinderen in Walkabout. In The Man Who Fell To Earth wordt die vervreemding nog eens versterkt wanneer de mensen rond Thomas ouder worden en hij niet. Het idee van tijd in de film wordt constant gemanipuleerd en op momenten zelfs fluïde waarbij verleden en toekomst elkaar soms lijken te kruisen.

In een hotel in New Mexico ontmoet Thomas de praatgrage dienstmeid Mary-Lou (Candy Clark). Vanaf dat moment raakt hij gefascineerd door de geneugten van de mens. Seks, drank en televisie beginnen op steeds agressievere wijze zijn leven te domineren, waardoor hij ook onthecht raakt van zijn oorspronkelijke bestaan. Hij raakt steeds meer in een soort limbo, iets dat wordt benadrukt door de close-ups van Thomas, die ons niet dichter bij zijn belevingswereld brengen, maar juist benadrukken dat hij nooit helemaal in hetzelfde moment is als de andere personages of ons.

Hoe groter de huizen worden waarin ze wonen, hoe meer Thomas en Mary-Lou elkaar kwijtraken. Het raadselachtige wat haar aanvankelijk in hem intrigeert, wordt een probleem, omdat de zoals Roeg het in het artikel van Uncut noemde ‘lover’s oldest question’ zich opdringt: ‘What are you thinking, darling?’ Een gevaarlijke vraag, zoals ook recente films als Gone Girl en 45 Years toonden. We denken de ander tot in die ziel te willen kennen, maar zijn niet voorbereid op wat we daar zullen aantreffen. Wanneer Mary-Lou uiteindelijk wordt geconfronteerd met Thomas’ ware gedaante, wijst ze hem af. In die tragiek zit de ware essentie van The Man Who Fell To Earth, dat niet voor niets door Mayersberg een liefdesverhaal werd genoemd, meer dan sciencefiction.

The Man Who Fell To Earth groeide over de jaren uit tot een cultklassieker. Het is een film die alles lijkt te vatten wat Bowie definieerde - de seksualiteit, het buitenaardse - en daarmee is het een onmisbaar onderdeel van zijn oeuvre. Zoals alles wat hij maakte onderdeel lijkt van één groot kunstwerk. De aanloop naar zijn dood, met een creatieve uitbarsting die nauwelijks voorstelbaar is van iemand die aan een zo slopende ziekte lijdt en waarin hij ons vaarwel zei zonder dat we het wisten, maakt op een vreemde manier het verhaal af. Opstaan uit de doden zoals Lazarus deed zal zelfs Bowie niet gegeven zijn en toch: zo lang zijn werk er is, kunnen we hem altijd weer een beetje tot leven wekken. En dan zal hij ons nog steeds vertellen dat we helden kunnen zijn, dat we onze rode schoenen moeten aantrekken en dansen op de blues. 

Trailer