Fijne Filmklassieker: Superman

Beoordeling:

Geplaatst: door Tom van Steensel

In vergelijking met Batman ging het Superman op het witte doek altijd wat minder goed af. In 1987 leek The Quest For Peace - het vierde deel in de serie - het einde van zijn bioscoopavonturen en dook er geen Christopher Nolan type op om de boel te reanimeren. Pas zestien jaar en verschillende afgeblazen projecten later kwam Bryan Singer met Superman Returns, maar die film werd zo snel weer vergeten dat je hem inmiddels bijna ondergewaardeerd mag noemen. Met Man of Steel-sequel Batman v. Superman in aantocht blikken wij nog eens terug op de allereerste Superman-film van Richard Donner uit 1978.

Superman werd in de jaren dertig bedacht door Jerry Siegel en Joe Shuster. Als buitenaards wezen op onze planeet is hij zo’n beetje de ultieme asielzoeker. Dat een paar decennia later juist een Mexicaanse immigrant hem vanuit de stripkaders naar de bioscoop wilde brengen is daarom eigenlijk zo vreemd nog niet. Producent Ilya Salkind zag in het optimisme en de deugdzaamheid van de stripheld alles wat zijn nieuwe thuisland groots maakte. En dus haalde hij zijn onwetende vader Alexander Salkind – destijds vooral succesvol als producent met de Musketeer-films – over om de filmrechten te bemachtigen door hem duidelijk te maken dat Superman “net zo bekend is als Jezus”.

De Salkinds namen een enorme gok. Niemand durfde zo’n type film te willen voorzien van grote acteurs en een mega budget. Stripverfilmingen waren absurde verhaaltjes voor kinderen en deden het hooguit goed als televisie voor op de zaterdagochtend. Zo kwam George Reeves (ooit gespeeld door Ben Affleck in Hollywoodland) in de jaren vijftig al op een plank van links naar rechts door het beeld heen gevlogen, gevolgd door de campy capriolen van Adam West als Batman in de jaren zestig.

Ook het Superman-script van Mario Puzo (The Godfather) kwam na een aantal herschrijvingen door anderen vol te zitten met het type campy humor dat het zo goed deed op televisie. Richard Donner – die op het laatste moment Goldfinger-regisseur Guy Hamilton verving – was daar niet van gediend en haalde Tom Mankiewicz aan boord om de toon en de dialogen compleet om te gooien. Ondanks dat kreeg Mankiewicz geen credit als scriptschrijver en dus bedacht Donner een listig trucje. Hij gaf zijn scenarist een credit als “creative consultant”, tot grote onvrede van de altijd erg strikte Writers Guild of America.

Toen Donner aan boord kwam had de cast al twee grote namen. Marlon Brando, weer helemaal terug door optredens in The Godfather en Last Tango in Paris, tekende als eerste voor de rol van Jor-El, de vader van Superman. Met Brando in die kleine - hij kreeg vier miljoen dollar voor tien minuten screentime - maar belangrijke rol werd Superman plots een hot property en zag ook Gene Hackman, toen al Oscarwinnaar voor The French Connection, de rol van aartsvijand Lex Luthor wel zitten. En dus bleef er nog één vraag over; welke acteur casten we als Superman en zijn alter-ego Clark Kent?

De studio had een flinke lijst met grote namen, maar godzijdank ging men toch voor een onbekend gezicht. Robert Redford met rode cape ziet eruit als Robert Redford met rode cape. Een onbekende met rode cape ziet eruit als Superman. Men koos voor de op Julliard geschoolde Christopher Reeve en zijn performance is nog altijd onovertroffen. Als Clark Kent laat Reeve in combinatie met zijn perfecte komische timing een bijna aanstekelijke onhandigheid zien. Als Superman weet hij ten alle tijden moeiteloos een zekere waardigheid te geven aan het dragen van de verplichte kleurrijke kledij.

Reeve ontbrak op de poster, waarop ook Hackman en Brando schitterden door afwezigheid. Nee, de film werd aan het publiek verkocht met enkel de titel en een simpele belofte: “You will believe a man can fly”. Om die belofte waar te kunnen maken werd een compleet nieuwe techniek ontwikkeld. Het zogenaamde Zoptic-systeem gaf nu een zoom-functie aan zowel de camera die de “vliegende” Reeve filmde als de projector die zijn omgeving op het scherm achter hem toverde en zorgde zo voor meer bewegingsvrijheid.

De opzet van de film was ongekend groots: via Supermans ontsnapping van zijn stervende planeet komen we terecht in een “coming of age” story op het platteland in Smallville en vervolgens worden we getransporteerd naar het drukke Metropolis waar we kennis maken met de redacteuren bij de Daily Planet, inclusief love interest Lois Lane (Margot Kidder). Alle omgevingen werden door Donner en productie-designer John Barry (toen net Oscarwinnaar voor Star Wars) voorzien van een eigen unieke look en feel. Wanneer de volwassen Clark Kent voor het eerst ten tonele verschijnt kruipt er na de vrij serieuze opening ook eindelijk wat humor in de film en Donner weet de speelse toon de rest van de speelduur uitstekend te combineren met alle actie, romantiek en drama.

De film wankelt wat als het Bond-schurk-achtige plan van Lex Luthor ontvouwt. De overstroming die hij veroorzaakt met een kernraket ziet eruit als iets uit een Thunderbirds-aflevering en schiet helaas tekort in vergelijking met de voorgaande effecten. Het grote slotstuk waarbij Superman na de - spoiler! - dood van Lois Lane pijlsnel om de aardbol heenvliegt om deze de andere kant op te laten roteren en zo de tijd terug te draaien rammelt aan alle kanten. Hij blijkt niet snel genoeg om op tijd bij zowel Lois als de raket te zijn, maar kan vervolgens plots wel in luttele seconden meermaals om onze planeet heenvliegen?

Desondanks is de originele Superman veertig jaar later nog steeds een enorme inspiratiebron voor de makers van de hedendaagse stortvloed aan stripverfilmingen. Donner - niet meer betrokken bij de sequels, maar later met Lethal Weapon toch nog verantwoordelijk voor een populaire filmserie van Warner - had zelf nog een klein aandeel in de post-Batman & Robin revival van het genre; samen met vrouw Lauren Schuler-Donner produceerde hij de eerste X-Men-film van Bryan Singer die daarna weg vrijmaakte voor het grote Spider-Man. Singer nam vervolgens op zijn beurt de film(s) van Donner als blauwdruk voor zijn eigen Superman-film.

De originele Superman was ook verantwoordelijk voor de wederopstanding van Batman. “I want to do for Batman what Dick Donner did for Superman in the seventies”, zo luidde de originele Batman Begins- pitch van Christopher Nolan aan Warner. Nolan keek daarbij vooral naar de diepte van de casting; hij haalde topacteurs als Gary Oldman en Morgan Freeman aan boord voor zelfs de wat kleinere bijrollen, en Gotham moest net als het Metropolis in de jaren zeventig weer meer een echte stad worden in plaats van een overduidelijke sound-stage met een paar figuranten.

Hoewel Superman Returns het financieel prima deed, zelfs beter dan het weer franchise startende Batman Begins, kwam er geen sequel omdat Warner achteraf geen fan was van de melancholiek waarmee werd voortgeborduurd op de Donner-tijd. De recente film met Henry Cavill had, in tegenstelling tot die met Brandon Routh, weinig meer gemeen met die van Reeve. Toch zal Superman altijd een mijlpaal blijven binnen het genre. De regie is wat soberder dan die van het stijvolle Batman van tien jaar later, maar de toon en de performance van Reeve zijn nog steeds genietbaar. Bovendien mag de score van John Williams gewoon in één adem genoemd worden met die van Star Wars en Indiana Jones.

Het is tot slot ook aan te raden om Superman te kijken in combinatie met de sequel. Het vervolg werd namelijk tegelijkertijd opgenomen en was bedoeld om samen met het origineel één grote film te vormen, maar Donner werd na onenigheid met de studio vervangen door Richard Lester die deel twee afmaakte. In 2006 verscheen een, weliswaar incomplete, director's cut van deel twee. Nog steeds niet perfect, maar een prima manier om alsnog een glimp op te vangen van de volledige visie van Richard Donner.

Trailer