Fijne Filmklassieker: Twister

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

Vorig jaar rond deze tijd was ik in Amerika. Ik zat in een busje met mijn zus en zes andere mensen die ik tot een paar dagen daarvoor niet kende. Voor in de auto stonden laptops waarop kaarten met rode, paarse en groene vlekjes zichzelf elke paar seconden verversten. In tien dagen tijd reden we in totaal 4530 mijl door Texas, Colorado, Kansas en Oklahoma en zagen negen tornado’s. En er was één film die iedereen die mee was tenminste één keer had gezien. Drie keer raden welke dat was.

Iedereen heeft van die films die je met geen mogelijkheid meesterwerken kunt noemen, maar die voor jou persoonlijk toch grote betekenis hebben. Voor mij is het dit jaar twintig geworden Twister zo’n film. Niet alle tornadojagers waren overigens blij met Twister, omdat deze het beeld bevestigde van een stel mafkezen die zich roekeloos in het pad van elke tornado werpen. En vooral leidde het monstersucces van de film ertoe dat talloze leken op goed geluk in hun gammele auto’s achter stormen aan gingen. Het roekeloze gedrag van sommige van die hobbyjagers straalde weer af op het imago van de tourorganisaties.

De kick van het stormchasen zal niemand ontkennen, maar feit is dat de overgrote meerderheid van de professionele tornadojagers verre van roekeloos is en vaak belangrijk wetenschappelijk onderzoek doet. En vergeten hoe onvoorspelbaar en verwoestend tornado’s zijn is onmogelijk. Drie jaar geleden nog kwam de altijd uiterst voorzichtige en zeer gerespecteerde tornadojager Tim Samaras om toen een tornado van richting veranderde en binnen dertig seconde uitgroeide van 1,6 naar 4,2 kilometer breed. Overigens bouwde de autodidactische Samaras zelf een apparaat dat hij in het pad van tornado’s legde en dat metingen kon doen in een tornado. Een beetje zoals Dorothy in Twister (die overigens weer werd gebaseerd op TOTO).

Twister werd geregisseerd door onze eigen Jan de Bont, die een aantal jaar eerder als cameraman in het spoor van Paul Verhoeven naar Hollywood was vertrokken waar hij onder meer The Hunt for Red October en Die Hard draaide. Hij stond al snel bekend om zijn geweldige oog voor het filmen van actiescènes. In 1994 vestigde hij definitief zijn naam met zijn regiedebuut Speed en twee jaar later had hij een nog grotere hit met Twister. Beide films zijn een toonbeeld van De Bonts enorme talent om de adrenaline van actie te vangen. Toch wist hij dat succes van de vroege jaren negentig nooit helemaal door te zetten. 

In het pad van Twister volgde een hoos aan tornadofilms die geen van allen het succes ervan wisten te evenaren of zelfs maar benaderen. Probleem bij dit soort films is dat de budgetten vaak of zo klein zijn dat er nauwelijks een fatsoenlijke tornado voorbij komt, of zo groot dat de makers compleet overboord gaan (ja, Into The Storm, ik heb het tegen jou). Al kan het natuurlijk altijd nog ridiculer.  

Vergeleken daarbij zijn de tornado’s in Twister toch nog tamelijk realistisch. De Bont zag het dan ook als zijn grote uitdaging geloofwaardige tornado’s neer te zetten en bekeek daartoe talloze video’s van tornado’s en sprak met verschillende experts. Waar de makers van The Wizard of Oz in 1939 nog waren aangewezen op gehannes met een kous, modder en wind (met overigens verbluffend resultaat), daar had De Bont de computereffecten van George Lucas’ special effects-bedrijf ILM tot zijn beschikking. Weliswaar heeft niet alles de tand des tijds even goed doorstaan, en De Bont houdt zich niet bepaald in met het rondvliegend puin (“I’ve gotta go Julia, we’ve got cows”); Twister is en blijft tot op heden de film met de beste en meest geloofwaardige tornado’s.

De draaiperiode was, for lack of a better word, stormachtig. De Bont geloofde heilig in het door de acteurs zelf laten doen van stunts. In een interview met De Telegraaf uit 1996 gaf hij zelfs aan dat het een van de redenen was dat hij graag met nog onbekende acteurs werkte. “Ze durven risico’s te nemen.” Die risico’s waren niet gering. Hoofdrolspelers Bill Paxton en Helen Hunt werden letterlijk verblind door felle lampen die werden gebruikt om de sluitertijd van de camera te versnellen en bij een scène waarin Hunt tijdens het rijden in de deuropening van de auto staat liep ze een hersenschudding op toen de deur tegen haar hoofd sloeg.

Maar De Bont dreef niet alleen zijn acteurs tot het uiterste. Ook de crew moest eraan geloven. Na vijf weken gooide cameraman Don Durgess de handdoek in de ring en werd vervangen door Jack N. Green, die vlak voor het einde van de draaiperiode gewond raakte toen een deel van de set op het verkeerde moment instortte. De Bont maakte het karwei toen zelf maar af. Hij was wel wat gewend. In de jaren tachtig werd hij nagenoeg gescalpeerd door een leeuw tijdens de opnames van het beruchte Roar. Vergeleken daarbij was dat beetje tegenwind peanuts.  

Het script van Twister werd geschreven door Michael Crichton, die ook onder meer Jurassic Park schreef, en er waren herschrijvingen door onder meer Joss Whedon. Kunde genoeg dus, maar het script is nou niet bepaald een van de hoogtepunten van Twister. Plot doet er weinig toe en erg diepgravend zijn de personages nou ook niet. De medejagers van Jo blijven, op Philip Seymour Hoffman’s hilarisch gespeelde Dusty na, tamelijk anoniem. En de rivaliteit met de camerageile stormjager Jonas mist elke urgentie, waardoor de wijze waarop die verhaallijn wordt afgerond onnodig cru aanvoelt.

Maar voor alles wat Twister niet is, weet het wel veel elementen van het stormchasen te vangen. De anonieme hotelkamers met de Weather Channel op de televisie, de wegrestaurants, snel nog even plassen want straks kan het een paar uur niet meer, het loze wachten in de brandende zon en dan plots die uitbarsting van energie in de lucht en de groep. De adrenaline van de chase, het koortsachtig de lucht afspeuren op zoek naar rotatie of alles wat daarop lijkt, en natuurlijk het ontzag als je oog in oog staat met een tornado. Is Twister een meesterwerk? Nee. Verre van. Maar als ik naar een onbewoond eiland wordt gestuurd met een handjevol dvd’s, gaat ‘ie wel mee. 

Trailer