Filmpjekijken Fijne Filmklassieker: Brazil

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"Het is de mythe van de vrije mens in een onvrije samenleving". Dat was het antwoord van scenarist Tom Stoppard op de vraag die Rob Hedden in zijn gelijknamige (en hilarische) documentaire voorlegde aan de cast en crew van Terry Gilliam’s moderniteitsnachtmerrie Brazil (1985): ‘What is Brazil?" Geen antwoord was hetzelfde, want Brazil is een film die voor vele interpretaties vatbaar is.

Achtentwintig jaar na de release is de thematiek van de film: de verregaande surveillance van de eigen burgers en de strijd tegen onzichtbare terroristen, opnieuw prangend actueel. De onvrije samenleving die Gilliam portretteert is een wereld die duidelijk 1984 van George Orwell resoneert. Alles en iedereen wordt in de gaten gehouden in een wereld die lijkt te zijn ontdaan van elke kleur of creativiteit. Gebouwen zijn als vestingen, men is omringd door camera’s en technische snufjes en overal lopen dikke, grijze leidingen die de overheid gebruikt om informatie te verzamelen en versturen. En wellicht ook om de burger er fijntjes aan te herinneren dat ze nergens aan die overheid kunnen ontsnappen.

Intussen wordt het land geplaagd door rebellen die al dertien jaar bomaanslagen plegen. ‘Beginners luck’, volgens minister Helpmann, die ervan overtuigd is dat zijn omvangrijke Ministerie van Informatie de terroristen onder de duim zal krijgen. ‘Information: the key to prosperity’, staat er groot op een bord bij de hoofdingang.

‘Here’s your receipt. And this is my receipt, for your receipt’. Bureaucratie is de wol waar het ministerie mee breit. Maar in een zover gevorderde bureaucratie kan een typefout het verschil betekenen tussen leven en dood. Wanneer per ongeluk ‘Buttle, Archibald, shoe repair operative’ wordt gearresteerd in plaats van ‘Tuttle, Archibald, heating engineer’, blijkt dat van een rechtssysteem ook al geen sprake is. Het Ministerie van Informatie is aanklager, rechter en beul tegelijk. Wie eenmaal in de molen terecht komt, wordt er onherroepelijk in vermalen. Zoals Josef K. dat werd in Kafka’s ‘Het Proces’, ook een duidelijke inspiratiebron van Gilliam.

Op het laagste departement van het ministerie, Records, werkt onze held Sam Lowry (Jonathan Pryce). Sam is de ideale kantoorklerk: gehoorzaam, ambitieloos en een persoonlijkheid even grijs als het pak dat hij draagt. Dit alles tot ergernis van zijn moeder (Katherine Helmond) die haar dagen doorbrengt met het verbrassen van geld aan cosmetische ingrepen. Maar dan ontmoet Sam letterlijk de vrouw van zijn dromen (waarin hij een dappere engel is die een gekooide vrouw moet redden door te vechten met een enorme samoerairobot). In het echt heet ze Jill Layton (Kim Greist) en is ze de bovenbuurvrouw van de onfortuinlijke familie Buttle.

Om meer over haar te weten te komen accepteert Sam geheel tegen zijn natuur in een promotie naar Information Retrieval. Wanneer hij arriveert voor zijn eerste dag aldaar, vraagt hij de receptionist of die zijn persoonsbewijs wil zien. ‘No need, sir’, antwoordt die. ‘But I could be anybody’, verwondert Sam zich. ‘No, you couldn’t, sir. This is information retrieval’. Vanaf dan laat Gilliam zijn hoofdfiguur steeds verder verstrikt raken in de webben van het ministerie. Sam’s tot dan toe onverschillige houding jegens het systeem kan hij niet langer volhouden. Maar ideologisch wordt zijn strijd nooit. Gilliam suggereert zelfs dat in deze wereld eigen ideeën al lang niet meer bestaan.

Behalve misschien bij Jill. Dat in veel scènes tussen haar en Sam spiegels een prominente rol spelen is niet toevallig. Zij is zijn oppositie en misschien ook wel geweten. ‘Doesn’t it bother you, the certain things you do at Information Retrieval?’, vraagt Jill hem. ‘I suppose you’d rather have terrorists’, schampert Sam. Het is precies het debat dat nu weer de kop opsteekt rond de onthullingen over de Amerikaanse geheime dienst NSA. Mag privacy worden geofferd ten behoeve van veiligheid? Maar minstens zo belangrijk: vergroot het de veiligheid eigenlijk wel? Als we Brazil mogen geloven niet. Het ministerie houdt zich vooral bezig met het instandhouden van zijn eigen mythe. Geen enkele terrorist wordt gearresteerd.

Brazil is eigenlijk ondenkbaar zonder Jonathan Pryce. Zijn Sam Lowry is komisch, aandoenlijk, maar soms ook irritant naïef en meegaand. Hij is de vaste waarde in de visuele gekte en chaos die de film is. Maar er zijn ook geweldige bijrollen van onder meer Ian Holm als zijn sukkelige baas, Katherine Helmond als zijn dominante moeder, Jim Broadbent als totaal geflipte cosmetisch chirurg en Robert De Niro in een opmerkelijke bijrol als de zich in de mazen van het systeem ophoudende Harry Tuttle. ‘Listen kid’, vertrouwt hij Sam toe, ‘we’re all in it together’.

Dat filmopnames bij Gilliam zelden vlekkeloos verlopen werd magistraal bewezen met Lost in La Mancha, de documentaire over zijn dramatische poging tot het verfilmen van ‘Don Quichot’. Gilliam filmt dan ook alles echt. Een hels karwei, want in praktisch elk shot van Brazil zitten wel visuele effecten. Voor de eindscène filmde Gilliam bijvoorbeeld in de koeltorens van Croydon, waar loopplanken gebouwd moesten worden op duizelingwekkende hoogte. En voor een droomsequentie werden tientallen oogballen geknutseld van biljartballen. Het filmen zelf duurde twee weken. In de eindmontage sneuvelde de hele sequentie.

Gilliam voerde ook menig oorlog tegen filmproducenten die trachten invloed uit te oefenen op zijn films. Zijn gevecht om Brazil in de bioscopen te krijgen was het meest legendarische. Toen de film af was, stelde de studio doodleuk dat hij het verhaal moest veranderen, omdat het niet commercieel genoeg was. Gilliam weigerde en publiceerde een paginagrote advertentie in de krant, gericht aan de producent, met de tekst: ‘Dear Sid Sheinburg, When are you going to release my film, ‘BRAZIL’? Terry Gilliam’. Na een hoop getouwtrek, en wat guerillahulp van de Los Angeles Film Critics Association, werd de film in 1986 uiteindelijk officieel uitgebracht.

Dat de producenten wat huiverig waren, is ergens ook wel te begrijpen. Brazil is een eigenzinnige film met beelden die zo vol visuele informatie zitten dat één keer kijken eigenlijk niet genoeg is. "Het is alsof je Terry Gilliam’s schedel licht en een kijkje binnenin neemt", zoals co-scenarist Charles McKeown het omschreef. Maar juist dankzij die uitzinnige en fantastische vormgeving wordt Brazil nu beschouwd als klassieker. Gilliam creëerde een totaal nieuwe wereld die toch heel duidelijk de onze reflecteert. Een wereld waarin vrijheid een vergeten mythe is en de ogen van de overheid steeds verder naar binnen kijken. Tot er nog maar één ontsnappingsroute is: waanzin.

Trailer