Filmpjekijken Fijne Filmklassieker: The Godfather

Beoordeling:

Geplaatst: door Tom van Steensel

Toen we iets meer dan een jaar geleden begonnen met deze rubriek was op de frontpage een aankondiging te zien. Marlon Brando stond afgebeeld als de Don met daarbij de tekst 'a filmfan who doesn't spend time with his classics kan never be a real filmfan'. En nu, een aantal weken na de dood van cinematograaf Gordon Willis en een aantal weken voor de tiende sterfdag van Brando, is het dan zover: een terugblik op Francis Ford Coppola's The Godfather uit 1972.

"I believe in America", is de eerste gesproken zin in een openingsmonoloog die de Amerikaanse droom direct laat clashen met de oude Italiaanse waarden. Hij is afkomstig van Amerigo Bonasera, een begrafenisondernemer die als gunst aan peetvader Vito Corleone (Marlon Brando) vraagt om de vrijgesproken belagers van zijn dochter aan te pakken. Buiten in het daglicht is het huwelijk van Vito's eigen dochter in volle gang, terwijl de Don op zijn donkere thuiskantoortje als een heuse koning Solomon "gerechtigheid" (of zoals hij het zelf noemt "vriendschap") verdeelt onder de mensen. Het lijkt alsof we taferelen zien die zich afspelen in the old country, ware het niet dat er FBI-agenten bij de poort van het landgoed geposteerd staan om netjes de nummerborden van alle auto's te noteren.

Alle aanwezige volwassenen, behalve Diane Keatons Kay, weten namelijk dat Vito het hoofd is van de Corleone misdaadfamilie, en zich bezighoudt met alle illegale praktijken waar geld mee valt te verdienen. Behalve drugs, want dat is "dirty business". Naast dochter Connie (Talia Shire) is familieman Vito vader van vier zoons. Geen van hen lijkt echter geschikt om het misdaad imperium over te nemen: Sonny (James Caan) is te opvliegend, Fredo (John Cazale) is te zwak, consigliere Tom (Robert Duvall) is geadopteerd en Michael (Al Pacino) is de hoog opgeleide oorlogsheld en golden boy die niets met de onderwereld van doen wil hebben.

Wanneer Vito, die weigert andere misdaadfamilies bescherming te bieden in de drugshandel, op klaarlichte dag in het bijzijn van Fredo wordt neergeschoten lijkt het echter toch Michael te zijn die gedoemd is om in de voetsporen van zijn vader te treden. Noodgedwongen voorkomt hij eigenhandig een tweede aanslag op zijn vader in het ziekenhuis. Wanneer hij vervolgens de verantwoordelijken in de val lokt en zelf de trekker een aantal keren overhaalt (zoals Sonny zegt "You gotta get up close and - bada-bing - you blow their brains all over your nice Ivy League suit"), met vlak daarvoor de onvergetelijke zoom-in op zijn gezicht en het toenemende lawaai van de treinen op de achtergrond, is er voor de jongste zoon uit de Corleone familie geen terugkeer meer mogelijk.

Pacino praat hier nog met zijn zachte 'stilte voor de storm' stem, die pas velen jaren en pakken sigaretten later zou veranderen in de ruwe klank waarmee hij nu zijn tirades eruit gooit. De studiobazen haatten zijn casting en hadden zelf veel liever Robert Redford gehad. Pacino werd beoordeeld als te klein, niet intimiderend en ronduit saai. Die restaurantscène waarin Michael voor het eerst zijn handen vuilmaakt en in koele bloede twee mannen (waaronder de corrupte agent die zijn kaak brak) doodschiet gaf de acteur in de ogen van de studio weer wat krediet. Michael geloofde ook ooit in Amerika, hij vocht zelfs mee in het Amerikaanse leger, maar dit is de ommekeer en het begin van zijn nieuwe oorlog; die voor de veiligheid van zijn familie.

Ook het feit dat Brando mocht acteren in The Godfather is een klein wonder te noemen. De acteur die in de jaren vijftig zo ongelooflijk veel indruk maakte in films als A Streetcar Named Desire en On The Waterfront had tijdens de jaren zestig één grote puinhoop gemaakt van zijn carrière. Veel regisseurs waren doodsbang voor zijn 'method madness' en weigerden met hem samen te werken, vooral na de gebeurtenissen op de set van Mutiny on the Bounty, waar Brando tegen alles en iedereen rebelleerde alsof hij weer terug in zijn personage uit The Wild One was gekropen.

Brando zag acteren als "dom" en "kinderachtig". Vaak weigerde hij zijn teksten te leren en las hij ze liever op van cue cards, of die nu tegen het behang zaten geplakt of waren neergelegd in de luier van Superman. En om zijn grootsheid aan te geven: zelfs met die instelling was hij nooit op een valse noot te betrappen. "I don't think there's anybody better when he wants to be good", zei Henry Fonda ooit over Brando. En hier is hij niet alleen goed, hij is allesoverstijgend. Met het vertrouwen van Coppola maakte hij de Don sluw en meedogenloos, maar ook liefdevol en empatisch. De opgepufte wangen die zorgen voor het bulldog-achtige uiterlijk, het inmiddels door iedereen geïmiteerde gemompel; Vito Corleone is één van de meest iconische filmpersonages ooit.

De iconische status van de film zelf is voor negentig procent te danken aan Francis Ford Coppola. Het was Coppola die bleef pushen voor de onverzekerbare Brando en "that midget" Pacino. Het was Coppola die, tegen de wensen van de studio in, vocht voor het behoud van de minimale belichting door Gordon Willis, de cinematograaf die de bijnaam Prince of Darkness keeg. Het was Coppola die onverstoorbaar door bleef werken, zelfs met een door de studio aangestelde 'reserve-regisseur' die constant in zijn nek stond te hijgen, klaar om het over te nemen zodra er een aanleiding was gevonden om hem te ontslaan. En het meest knappe van allemaal: Coppola wist, ondanks de persoonlijke hel waar hij doorheen moest, een ontzettend relaxe familiesfeer te creëren op de set, ook geholpen door practical jokers als James Caan en Marlon Brando.

Want Coppola houdt het kwa filmmaken al vanaf het begin binnen de familie en laat iedereen op de set meedelen in dat gevoel. Vader Carmine componeerde de muziek, zus Talia gaf in de trilogie gestalte aan Connie Corleone en zijn kinderen Gio, Sofia en Roman zijn allemaal te zien als extras, waarna Sofia uiteindelijk ook in Part II en Part III op zou duiken. Coppola's eigen ervaringen van opgroeien in een Italiaans-Amerikaanse familie werkten door in zowel de film als op de set. Vooral het eten was daarbij essentieel: regelmatig kookte hij samen met familieleden voor de aanwezige cast en crew. Bij de Corleone's is de eettafel de plek waar heel de familie bijeenkomt zonder over zaken te praten. En de spaghettisaus waarvan Peter "leave the gun, take the Cannoli" Clemenza in de film het recept prijsgeeft is de eigen Coppola-specialiteit.

It was like seeing my own family on the big screen”, zei Sopranos-bedenker David Chase over zijn eerste kijkbeurt van The Godfather. En daarmee doelde hij, hopelijk, op die eettafel-scènes en niet op de achterkamer-scènes waarin de bloederige afrekeningen uitgestippeld worden. In de serie heeft Tony Soprano een thuisbioscoop waarop hij volgens Carmella graag naar The Godfather mag kijken. De club waar de gangsters uithangen heet dan ook niet voor niets de Bada-Bing. Vlak voor een aanslag op zijn leven koopt Tony hij een pak sinasappelsap, net zoals Vito sinasappels koopt voordat hij wordt neergeschoten. Een kogel door het oog heet een "Moe Greene special". The Sopranos ging over een generatie Italiaans-Amerikanen die waren opgegroeid met de Coppola-film.

Uiteraard reikte de invloed van The Godfather verder dan alleen The Sopranos. “An offer he can’t refuse” werd de bekendste quote, maar ook termen als “sleeping with the fishes” en “going to the mattresses” gingen mainstream. The Godfather stapelt klassieke scène op klassieke scène (het paardenhoofd, de schietpartij op de tolweg, de dichtvallende deur) en allemaal werden ze ontelbare keren geparodieerd, zelfs in series, films en commercials die niets met het misdaadgenre van doen hebben. En de film had niet alleen invloed op de popcultuur, het was naar verluidt ook een gevalletje van life imitating art. Het schijnt dat The Godfaher het “kussen van de hand van de Don” populair maakte bij real life maffioso, die dat voor het zien van de film nooit deden.

De Amerikaanse filmindustrie had begin jaren zeventig veel te danken aan het succes van The Godfather. De film combineerde kunst met commercie en was stiekem misschien wel de eerste blockbuster, nog voordat Steven Spielberg (Jaws uit 1975) en George Lucas (Star Wars uit 1977) met die term aan de haal gingen. Martin Scorsese maakte een jaar na het succes van The Godfather het voor hem zeer persoonlijke Mean Streets. Het feit dat The Godfather een kaskraker werd gaf een enorme boost aan een hele generatie jonge, en vaak bebaarde, regisseurs. Filmmakers die gezien werden als auteurs en, net als Coppola, steeds meer een eigen persoonlijke stempel op hun films konden en mochten drukken, zelfs wanneer er vanuit de studio commercieel succes werd verwacht. Het floppen van Heaven's Gate van Michael Cimino (The Deer Hunter) betekende in 1980 het einde van dat tijdperk.

Door het succes kreeg Coppola de kans om zijn passieproject The Conversation te maken en kwam er twee jaar later al een vervolg. The Godfather Part II is de standaard dooddoener in elke kroegdiscussie met iemand die beweert dat er nog nooit een sequel is geweest die zijn voorganger overtrof. Het pas in 1990 gemaakte Part III is waarschijnlijk niet zo slecht als je je herinnert, maar haalt nergens het niveau van de twee voorgangers. Het ontbreken van Robert Duvall bleek een fatale miscalculatie, Sonny's bastaardzoon gespeeld door Andy Garcia is degene die alle actie onderneemt en de meer passieve Michael huilt inmiddels uit bij een priester. En dat terwijl iedereen de ijskoude Don uit Part II, die opzettelijk wacht tot zijn moeder dood is voordat hij zijn eigen broer laat vermoorden, terug had verwacht.

Plannen voor een vierde deel met Andy Garcia werden nooit concreet, dus de grootste nachtmerrie van elke filmliefhebber is inmiddels het idee van een remake geworden. "Never gonna happen", denk je waarschijnlijk, maar dat dachten we bijvoorbeeld ook bij Ben Hur en daar heeft MGM inmiddels al een remake van aangekondigd. Of Paramount het lef heeft om ooit hun Godfather-serie weer nieuw leven in te blazen met een reboot is nog maar de vraag. Hopelijk weten ze daar wel beter, want elke werknemer in dienst bij de studio die de woorden "Godfather" en "remake" ook maar in dezelfde zin durft te gebruiken verdient het eigenlijk om 's ochtends wakker te worden met een paardenhoofd tussen de lakens.

Trailer