Filmpjekijken Fijne Filmklassieker: Good Will Hunting

Beoordeling:

Geplaatst: door Rob Nijman

Er wordt wel eens gesteld dat een film pas na 25 jaar een klassieker kan zijn. Of misschien moet het zelfs 30 zijn, omdat dat de ondergrens is om een oldtimer belastingvrij rond te laten rijden. Of – misschien moeten we er gewoon niet te lang bij stil staan, en zelf bepalen dat 15 jaar soms ook best wel lang is.

Het is namelijk vijftien jaar geleden dat Matt Damon & Ben Affleck als twee ontspoorde kinderen op dat Oscarpodium op en neer sprongen om hun beeldje voor Good Will Hunting in ontvangst te nemen – uit handen van Jack Lemmon & Walter Matthau, no less. En er bovendien nog zo uitzagen als op de foto hieronder. Wat ons betreft meer dan genoeg reden (al) eens terug te blikken op de film die totaalmalloot Robin Williams goud voor de poorten van de hel (lees: een categorie met Anthony Hopkins en Burt 'Boogie Nights' Reynolds) weg liet slepen, voor een rol die supporting was in de breedste zin van het woord.

Boston is een fijne filmstad, en boekverfilmingen van de novels van local boy Dennis Lehane leverden een aantal van de interessantere films van de lopende eeuw op; Mystic River, Gone Baby Gone, Shutter Island. Het zal niet verbazen als het hopelijk nog altijd aanstaande The Given Day, over een agent in het Boston van 1918, zich te zijner tijd met die titels zal kunnen meten. Voor de absolute persoonlijke favoriet uit The Capital of New England moeten we echter terug naar 1998, een kleine tien jaar nog voordat die andere lokale Classic – The Departed – Oscargoud zag. En dat wil best wat zeggen, komend van een verstokte Scorsese-fan. Good Will Hunting heeft overigens niets met Lehane te maken heeft, maar alles met Boston. Wat treft, want levenslessen doen het goed in dat accent.

"You can be a janitor anywhere, why did you choose the most prestigious technical college in the whole fucking world?" Good Will Hunting draait in eerste instantie om intelligentie. Net tekortkomen – zoals de wiskundigen die links en rechts in het stof mogen bijten –, of meer dan genoeg hebben en dat zwaar onderbenutten – zoals de stof opwaaiende hoofdrolspeler zelf. Maar meer nog behandelt het relaties, keuzes die je maakt, en vooral keuzes die je niet maakt, in een coming of age-verhaal waarin de persoonlijke ontwikkeling van de protagonist hand in hand gaat met de plot en een aantal verhandelingen van haar voornaamste rollen. De film heeft een script dat kwootbaarder is dan je je wellicht herinnert (you get canned more than tuna, bitch), bezorgde Gus van Sant zijn eerste nominatie als Best Director, schoot Damon & Affleck naar superstardom, en plaatste Robin Williams op gelijke hoogte met Oscarwinnaars als Alan Arkin, Chris Cooper en Philip Seymour Hoffman.

Will is een schoolvoorbeeld van niet weten waar je nou eigenlijk naar op zoek bent door net te doen alsof. Zelfstudie, lol maken met vrienden en doelloze bijbaantjes, maar echte verantwoordelijkheid consequent uit de weg gaan – ondanks zijn enorme capaciteiten als wiskundig wonderkind. Een verdere stap in die richting ziet hij enkel als het veroordelen van zijn afkomst, en het achterlaten van z'n vrienden. Ook intimiteit laat zich in Will's wereld het beste ontwijken, vanwege een verleden in de verkeerde pleeggezinnen.

Als hij gearresteerd wordt voor een opstootje op straat dat uitmondt in mishandeling van een agent, krijgt hij het gevangenisstrafontwijkende aanbod als onderszoekassistent van gerespecteerd MIT-professor Lambeau (Stellan Skarsgard) aan de slag te gaan om zijn wiskundige vermogen te cultiveren, in combinatie met een verplicht stukje therapie. De rol van psychiater wordt uiteindelijk – nadat Will een handvol vermaarde zielenknijpers de handdoek één voor één in de ring laat gooien – vervuld door Sean Maguire (Robin Williams), een oude vriend van Lambeau die enkele jaren na het overlijden van zijn vrouw een teruggetrokken bestaan leidt als docent op een Community College. De kern van Will's verhaal, buiten relaties in het algemeen, is zijn band met hen beiden.

Skarsgard is op dreef in zijn bijrol als succesvolle en enigszins omhooggevallen mathematicus, maar in de duo-rol van vaderfiguur voor Will is het Williams die opvalt. De rol van Sean is zeer waarschijnlijk zijn beste – en niet puur omdat ze hem dat gouden beeldje hebben gegeven. Hij had immers eerder al bewezen zijn acteergeweld ondanks 'komische' schreeuwrollen toch vooral in drama kwijt te kunnen. Case in point: Awakenings. En in mindere mate Good Morning Vietnam, waar de echte overtuiging niet in de on air grappen van zijn radioman te vinden was, maar in de – laten we zeggen – minder humoristische delen van die oorlog.

Tomorrow we’ll talk about Freud, and why he did enough cocaine to kill a small horse.” Het is een opmerking die Sean tussen neus en lippen door maakt wanneer we een indruk krijgen van de interactie met zijn klas, maar het hint heel sterk naar een Williams zoals we hem kennen van zijn komische werk. Een Williams die zijn weg door een halve film kan improviseren als zijn regisseur daar om zou vragen, en daarbij lolliger is dan de meeste gescripte grappenmakers. In Good Will Hunting is hij echter subtiel, ingetogen, zelfs ingebonden. Je hoeft maar één random foto van de energieke acteur te googelen om te weten hoe moeilijk dat voor hem is.

De voor de hand liggende Oscarclip om de schijnwerpers op Williams' tour de force te zetten, is de posterscène in het park. Een prachtig gesprek, dat vanuit Will begint als stoeierige dialoog, maar snel een imposante monoloog wordt als Williams' Sean het woord neemt, en Van Sant's camera zich berust in de rol van luisteraar. Als die camera tegen het einde van dat innemende betoog weer richting Will glijdt, zien we wat we eigenlijk al weten: Sean's analyse is spot on, en Will heeft geen gevatte repliek. Niet dit keer.

De keuzes die Will niet maakt, worden vergemakkelijkt door het gezelschap van zijn vrienden (Cole Hauser en Afflecks Ben en Casey), met wie hij aan de bar kan hangen, en net kan doen of hij over tien, twintig, dertig jaar nog steeds dezelfde baantjes in dezelfde buurt in Boston heeft. Totdat de plot van het verhaal langzaam bij hem – en zijn publiek – binnenkomt. Tot z'n beste vriend 'm vertelt dat-ie z'n potentie weggooit. Tot Sean er naartoe werkt dat Will weer mensen in zijn wereld durft toe te laten – wat ook zijn helende werking heeft op de weduwnaar zelf, die de stap richting hertrouwen nooit durfde zetten."That's a super philosophy, Sean. That way you can actually go through the rest of your life without ever really knowing anybody."

Als Tom Hanks de Jimmy Stewart van zijn generatie is, is Matt Damon waarschijnlijk Jack Lemmon. Misschien niet zo grappig, maar minstens zo sympathiek – op en achter het scherm. Natuurlijk, aan het einde van de rit krijgt-ie het meisje (Minnie Driver), bevriendt-ie z'n aan hem opgedrongen therapeut, en doet-ie 'the right thing'. Niet echt een verrassing, qua bestemming. Het draait echter om de route ernaartoe, en het karakter dat op die weg opgebouwd wordt. Dat pad ligt namelijk bezaaid met memorabele – en zeer terugkijkbare – bezienswaardigheden.
Your move, chief.

Op onderstaande trailer-positie niet de officiële trailer (die legt de focus te veel op het Disney-sprookje aan de oppervlakte, alsof de filmmaatschappij geen idee had welk verhaal ze eigenlijk distribueerde), maar de hier besproken scène in het park.

Trailer