FilmpjeKijken Fijne Filmklassieker: Heat

Beoordeling:

Geplaatst: door Roy van der Lee

Het zijn waarschijnlijk de twee meest geprezen nog levende acteurs: Al Pacino en Robert De Niro. Samen goed voor liefst vijftien Oscarnominaties en nog veel meer klassiekers. Drie keer stonden hun namen samen op één en hetzelfde filmaffiche. De meest memorabele van die ontmoetingen is ongetwijfeld in Michael Manns Heat uit 1996. Behalve de twee acteerkanonnen, duiken nog veel meer grote sterren op. Van Jon Voight tot Val Kilmer. Die laatste vierde deze week zijn 55-ste verjaardag.

Natuurlijk waren Pacino en De Niro ook samen te zien in The Godfather: Part II, maar omdat hun personages daar in verschillende tijdvakken spelen, delen de twee geen enkele scène. En hoe minder woorden er vuil worden gemaakt aan het Righteous Kill van een paar jaar geleden, hoe beter. Wat dan rest is dus Heat, een sfeervolle en meeslepende politiethriller waarin de twee volledige door elkaar geobsedeerd raken. 

Pacino speelt detective Vincent Hanna, een agent uit Los Angeles met een bijzonder kort lontje die thuis met de nodige problemen kampt. Na de bloedige overval op een geldtransport, komen hij en zijn team op het spoor van de geniale crimineel Neil McCauley (De Niro). Een professional die niets in zijn leven toelaat waar hij niet binnen twintig seconde van kan weglopen als dat nodig is. 

Hanna is er alles aan gelegen om McCauley te pakken, zelfs als dat volledig ten koste gaat van zijn privéleven. Maar de crimineel is hem steeds een stap voor. Toch heeft ook McCauley op zijn beurt bewondering voor zijn achtervolger. De twee zijn de beste in hun vak. Dat weten ze van elkaar, en daarom hebben ze respect voor elkaar. Intussen plant McCauley met zijn team (onder meer Val Kilmer, Jon Voight en Tom Sizemore) een grote bankoverval die hun schatrijk moet maken.

Alleen al die bankoverval, die het hart van de film vormt, maakt Heat de moeite waard. Midden op de dag op een drukke winkelstraat in Los Angeles, loopt de overval uit op een kogelregen tussen de politie en de mannen van McCauley. In een sequentie die bijna tien minuten duurt, volgen we de twee partijen die met zware machinegeweren jacht op elkaar maken. Lang niet alle hoofdrolspelers komen daar zonder kleerscheuren vanaf. In de meeste andere films zou zo'n grootschalige actiescène de finale vormen, maar Mann durfde het aan om z'n beste kaarten al redelijk vroeg op tafel te leggen. 

Vlak daarvoor hebben Pacino en De Niro nog kennis met elkaar gemaakt. Tijdens een nachtelijke kop koffie hebben de twee het over hoe ze verschillen en hoe ze juist op elkaar lijken. Maar één ding maken ze glashelder: als het er op aankomt zal geen van tweeën twijfelen om de ander om te leggen. Die scène werd op verzoek van de acteurs niet gerepeteerd, zodat de dialogen zo natuurlijk mogelijk over zouden komen en er ruimte was voor improvisatie. Met alleen woorden en een beetje lichaamstaal weten Pacino en De Niro er een intense ontmoeting van te maken. 

De link tussen jager en prooi speelt in wel meer politiefilms uit de jaren '90 een hoofdrol, maar nergens gaat de band zover als in Heat. De jacht van Pacino op De Niro bepaalt de levens van beide mannen volledig. Je kan je daarbij overigens afvragen wie van de twee de goede is en wie de slechte. Als je hun beroep even niet mee zou nemen, kan je haast niet anders concluderen dan dat boef McCauley een beter mens is. Hij is loyaal, trouw, eerlijk en houdt écht van de mensen in zijn omgeving. Bovendien doet hij er alles aan geen onschuldige slachtoffers te maken. Dat dat niet lukt, is eerder de fout van zijn crew dan van hem. Daartegenover is Hanna juist opvliegerig, grofgebekt en bijna paranoïde. 

Bekijk Vincent Hanna ook in ons artikel over de meest iconische agenten op het witte doek

Aan alles is te merken dat Mann jaren aan deze film bezig is geweest. Het is een remake van zijn eigen L.A. Takedown, dat bijna niemand heeft gezien. Toen hij dat eigen verhaal opnieuw mocht verfilmen, maar dan met 60 miljoen dollar budget en al deze sterren, pakte hij dan ook groots uit. Heat duurt 170 minuten en dat is te lang. Sommige zijwegen, bijvoorbeeld de relatie tussen Pacino en zijn depressieve dochter (gespeeld door een piepjonge Natalie Portman) had best weggelaten kunnen worden. 

Hoe goed Kilmer en de anderen het ook doen, ze verbleken uiteraard bij de prestaties van De Niro en Pacino. Als onderkoelde crimineel is De Niro ijzersterk. Zijn opgekropte woede probeert zich geregeld een weg naar buiten te vechten, en de acteur verbeeldt dat prachtig. Pacino mag juist alle registers open trekken als de uitbundige Hanna. Hij schreeuwt en bromt als nooit te voren, maar blijft toch geloofwaardig als gefrustreerde agent. Het meest pijnlijk aan Heat is misschien wel dat we moeten concluderen dat het twee van de laatste goede rollen van het duo zijn. Na deze film speelden zowel Pacino als De Niro nog wel in een handvol aardige producties, maar het is absoluut onvergelijkbaar met de vele legendarische rollen die ze (vlak) voor Heat speelden.

Een andere hoofdrolspeler van Heat is de stad Los Angeles. De straten vormen, zowel bij dag als bijn nacht, bijna een personage op zich. Mann maakt prachtig gebruik van de stad en weigerde dan ook om iets van zijn film op te nemen in een studio. Jaren later zou het met Collateral (met in de hoofdrol Tom Cruise) nogmaals L.A. opvoeren als zijn belangrijkste personage.

Nuchter bekeken is Heat niet veel meer dan een erg lange politiefilm. Maar de fantastische actiescènes, de optredens van De Niro en Pacino en de interessante ontwikkelingen van hun personages, maken het wel een van de beste politiefilms ooit gemaakt. 

Trailer