Filmpjekijken Fijne Filmklassieker: Rocky

Beoordeling:

Geplaatst: door Remco Visser

In 1977 wist Rocky, met de toen nog volledig onbekende hoofdrolspeler Sylvester Stallone, vriend en vijand te verbazen door zowel de Oscar voor Beste Film als Beste Regie binnen te slepen. Zelfs ten koste van klassiekers als Taxi Driver, All The President's Men en Network. En terecht.

Rocky vertelt het verhaal van linkshandige amateurbokser Robert 'Rocky' Balboa uit Philadelphia, die per toeval de kans krijgt om het tegen de toemalige wereldkampioen Apollo Creed (Carl Weathers) op te nemen. Voor Rocky een kans uit duizenden, ondanks het grote verschil tussen de twee. Gevangen tussen zijn ambitie om hogerop te komen in het leven en de vrees voor een nieuwe teleurstelling vecht Balboa zich vervolgens, via liefdesperikelen, rondjes op de ijsbaan en trainingssessies in slachterijen, de harten van honderdduizenden filmliefhebbers in. Van nobody to somebody, zoals het management van Apollo Creed de twijfelende Balboa in de film voorspelt.

Het verhaal achter Rocky is misschien net zo sympathiek als het script zelf. Stallone schreef gedurende tien jaar het verhaal over de charmante, maar niet zo snuggere Rocky Balboa op eigen kracht. Toen hij zijn script voorlegde bij producers Irwin Winkler en Robert Chartoff, boden ze hem een recordbedrag van 350.000 dollar aan, maar op voorwaarde dat Stallone niet zelf de hoofdrol zou spelen.

Stallone weigerde, ondanks dat hij financieel volledig aan de grond zat. Uiteindelijk kreeg Stallone de rol alsnog, maar werd het budget van twee miljoen dollar gehalveerd. Hij moest tevens als schrijver actief blijven, echter zonder salaris. Eventuele overschrijdingen van het budget zouden bovendien uit eigen zak betaald worden. Producers Winkler en Chartoff moesten tijdens de opnames van de film dan ook een tweede hypotheek nemen, om een extra 100.000 dollar in de productie te kunnen steken. Dientengevolge werd de film in slechts 28 dagen opgenomen en staat hij bol van toevalligheden en improvisaties.

Het script werd overigens negen keer bijgewerkt. In de oorspronkelijke visie van Stallone was het verhaal grimmiger, vol met tegenslag en racisme en zou Balboa tijdens zijn grote wedstrijd tegen Creed de handdoek in de ring werpen en de bokswereld vaarwel zeggen. Stallone vond in 1975 echter de inspiratie voor het einde van zijn epos in de bokswedstrijd tussen Chuck Wepner en Muhammed Ali. Wepner hield het in die boksmatch uiteindelijk bijna 15 rondes vol tegen Ali voor hij knock out ging, tegen alle verwachtingen in. Deze prestatie gaf Stallone het uitgangspunt waarmee hij het verhaal waar hij al zo lang mee bezig was af kon ronden. Een bokser, die tegen beter weten in, toch zijn kansen grijpt en alles geeft wat hij heeft.

Rocky is dan ook niet de doorsnee filmheld geworden, zoals we die kennen in Hollywood-films. Studio United Artists had daarom in eerste instantie liever Robert Redford, Ryan O'Neal, Burt Reynolds of James Caan in de hoofdrol teruggezien. Toch was de keuze voor de onervaren Stallone de enige juiste.

Rocky is namelijk een echte nobody, net als Stallone destijds was. En juist de transformatie van twijfelende allemansvriend tot getergde sporter die hij gaandeweg de film ondergaat, laat je voor hem juichen. Regisseur John G. Avildsen vangt dit verloop op een ruwe, rokerige manier op film, zonder tekort te doen aan de vriendelijke aard van het script. Nog nooit is het terugwinnen van je mannelijkheid zo goed gevat op celluloid. En dat was in de jaren '70, in de hoogtijdagen van het feminisme, misschien juist waarom deze film destijds prima werkte. Desondanks heeft de film een relevantie die anno nu nog steeds volledig tot zijn recht komt; de boodschap 'niks is onmogelijk, als je er maar volledig voor gaat' is tenslotte van alle tijden.

Want ondanks dat je weet dat het allang een verloren wedstrijd is, voel je als machteloos publiek elke geïncasseerde klap met Rocky mee. Dat hij in het proces naar de belangrijkste match in zijn loopbaan moet teruggrijpen naar behoorlijk onorthodoxe trainings-methodes, zoals het sparren met runderkarkassen in de plaatselijke slachterij, versterkt het beeld van zijn uitzichtloze situatie alleen nog maar meer. Rocky is namelijk niet de gedoodverfde winnaar, zoals we al zo vaak gezien hebben in sportfilms, maar dat maakt het des te makkelijker om trots op hem te zijn.

Vooral de uitstekende wisselwerking tussen Rocky en coach Mickey Goldmill (Burgess Meredith) valt hierbij op. Wie geen kippenvel krijgt bij de scéne waarin Balboa, overmand door onzekerheid en teleurstelling, de fragiele Mickey de deur van zijn veel te kleine en stinkende appartementje wijst, is een hele harde. Toch weet de cynische Mickey je te overtuigen, omdat je als kijker weet dat hij gelijk heeft. Rocky is niks, zal ook nooit iets worden. Tenzij hij verandert. Tenzij hij zijn ballen terugvindt. "You're gonna eat lightnin' and you're gonna crap thunder!"

Daarnaast zijn de overige dragende rollen ook prima in orde. Talia Shire overtuigt als de timide love-interest Adrian Pennino en haar gefrustreerde broer Paulie wordt uitstekend vertolkt door Burt Young. Het is dan ook geen verrassing dat het succes van de vervolgfilms mede te danken was aan deze ijzersterke casting. Maar vergeet ook vooral de grime niet; het overgrote deel van het budget werd besteed aan het realistisch kapotgeslagen gezicht van Sylvester Stallone.

Ondanks dat Rocky het plichtmatige happy-end ontbeert, is het een verhaal dat je hoop geeft. Een hoop die bijna 40 jaar later nog steeds tot de verbeelding spreekt. Rocky is namelijk de underdog zoals we ons allemaal wel eens voelen, maar weet zich gaandeweg het script door zijn tegenslagen heen te boksen en is daarmee een voorbeeld voor ons allemaal. Dat Stallone daarna nog 5 steeds matiger wordende vervolgen nodig had om dit trucje aan ons duidelijk te maken, zullen we hem dan maar vergeven. Daar is dit eerste deel van de reeks gewoon te symphatiek voor. "ADRIAN!"

Trailer