Ixcanul

Beoordeling:

Geplaatst: door Jasper Kars

In Ixcanul dient de vulkaan als epicentrum van het leven, het middelpunt van het bestaan. Geen wonder dat Ixcanul letterlijk ‘vulkaan’ betekent in Mayataal. De Guatemalteekse prachtfilm speelt zich grotendeels af op een plantage vlakbij een actieve  vulkaan. Hier woont de 17-jarige María, die droomt van een bestaan ver voorbij de kraters en het rotsachtige landbouwlandschap.

Het regiedebuut van Jayro Bustamante mag in vele opzichten als bijzonder worden gemarkeerd. Allereerst is Ixcanul de allereerste Guatemalteekse film die internationaal succes op het witte doek vergaarde. Extra bijzonder wanneer je in acht neemt dat Guatemala, gelegen in Midden-Amerika, een land is met een economie kleiner dan die van Luxemburg. Daarnaast werd de film dit jaar bekroond met vele gerenommeerde filmprijzen en kreeg het, als klap op de vuurpijl, de eer om ‘s lands eerste Oscarinzending ooit te worden.

Erg fijn natuurlijk, al die prijzen en loftuitingen. Eigenlijk nog veel mooier is dat de film een deel van onze aardbol laat zien dat, voor menig westerling, alles behalve vertrouwd moet voelen. Een koffieplantage waar stambewoners gekleed in traditionele kledij, met de blote handen, knorrende varkens slachten en listige slangen van kant maken. Taferelen waar antropologen hun vingers bij kunnen aflikken.

Zo onvoorspelbaar als de vulkaan met al haar lava is, zo voorspelbaar lijkt het leven van de dromerige Mayameisje María te worden. Haar ouders zijn als simpele arbeiders actief op een koffieplantage en vertoeven, samen met haar, in een uitermate primitief hutje zonder watertoevoer of stroomaansluiting. Ze verkeert op de rand van volwassenheid en wordt daarom uitgehuwelijkt aan de kwieke Ignacio.

Omdat het ouders eigen is om altijd het beste te willen voor je kind, moedigen ze deze huwelijksovereenkomst aan. Ignacio is de eigenaar van een plantage en is, als enige dorpeling, trotse eigenaar van een SUV. “U zult niets te kort komen en behoudt uw huis en werk”, benadrukt hij. Niet dat er voor de rest zoveel andere opties zijn, het oerwoud en de bergen kennen niet veel garanties. Daarom lijkt de wat introverte María er niet echt een probleem van te maken. De dromen over een vlucht naar het onbekende land, achter de vulkaan, houdt ze dan ook maar voor zich. Veilig verborgen onder haar harde matras.

De enige waarmee ze openlijk spreekt over deze prangende vluchtambities, is met enfant terrible Pepe. Hij werkt als koffiebonenplukker en weet wat over de Verenigde Staten, het beloofde land. “Daar vind je grote huizen met grote tuinen, zijn er nooit stroomstoringen en spreekt iedereen Engels”, vertelt hij met jeugdig enthousiasme. Toch valt er ook een bepaalde treurigheid op te maken uit zijn stemgeluid, een soort berusting, om daadwerkelijk veilig aan te komen in het paradijs zijn de obstakels talloos en de bergen eindeloos.

María lijkt te vallen voor de charmes van de rebelse Pepe. In het midden van het woud bespreken ze snode vluchtplannen en bedrijven in het holst van de nacht de liefde. Een prille  romance in de maak of slechts een verstandhouding met een gemeenschappelijk doel? Slechts de vulkaan kan het weten. Als Pepe het hazenpad kiest en de koffieplantage zonder pardon verlaat, blijkt María zwanger te zijn. Ze is vergeten de volle manen te tellen, met alle gevolgen van dien.

Van een magnifieke schoonheid is hoe regisseur Bustamante de dorpsvertelling verbeeldt. De vulkaan vervuld een mythische rol, die van ongrijpbaar opperwezen, en is op bijna surrealistische wijze op het grote witte doek geschilderd. Met de natuurlijke setting vol oerwouden, plantages en hutjes als zijn pallet. Hierdoor is elke scène weer een visuele lust voor het oog.

Verfrissend is ook dat het verhaal gebracht is vanuit, niet-westers, Guatemalteeks oogpunt. De meeste acteurs zijn door Bustamante letterlijk van de lokale markt geplukt, zonder enige ervaring. Dit resulteert in een geweldige authenticiteit en kwetsbaarheid van acteurs zoals María Mercedes Coroy (María), María Telón (Jauna) en Marvin Coroy (Pepe).

Het tempo van de Guatemalteekse film, die op Maya bodem is gedraaid, is een enkele keer wat aan de trage kant. Ixcanul compenseert dit door gedurende de loop van de film altijd een mysterieuze atmosfeer om zich heen te houden. Hierdoor blijf je gefascineerd kijken. Ondanks dat er genoeg interessante karakters rondlopen, blijven sommige rollen wat onderbelicht. De in haar rol uitblinkende moeder van María (gespeeld door María Telón) blijft te veel op de achtergrond. Niet dat Ixcanul diepgang mist, integendeel, maar af en toe hadden bepaalde karakters wel wat extra aandacht verdiend.   

“Ik voel me als de vulkaan”, vertelt María haar moeder op een moment van misère. Deze uitspraak is allesomvattend voor Ixcanul. Het Mayameisje balanceert gedurende de film op een koord tussen kind-zijn en volwassenheid en staat op uitbarsten. De onaantastbare vulkaan, die de levens van de dorpelingen op ondoorgrondelijke wijze beheerst is onvoorspelbaar en ongenaakbaar. Verbeeld met een pracht die doet denken aan Max Havelaar (het boek van Multatuli) en je negentig minuten meeneemt naar exotische oorden waar smartphones niet opgeladen kunnen worden. Het leven op een vulkaan gaat niet over rozen.

Trailer