La Danseuse

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

La Danseuse lijkt weer typisch zo’n film die de meningen verdeelt en daarmee ook blootlegt hoe we naar film kijken en erover schrijven. Dat we zo vaak vertrekken vanuit de plot, zo vaak voorbijgaan aan de ervaring die (althans bij mij) aan woorden vooraf gaat. Dat we denken dat het van belang is om in een recensie afgewogen te zijn. Ik heb een verre van perfecte film gezien en zou best kunnen uitweiden over waar de film tekortschiet. Maar dat zou ik vooral doen omdat ik me ertoe verplicht voel, niet omdat het echt van belang was voor mijn ervaring van de film. 

Tekst: Elise van Dam

Films als deze, maar bijvoorbeeld ook het werk van Ben Wheatley of Nicolas Winding Refn, worden te vaak besproken in termen die er niet op van toepassing zijn. Omdat we dat zo gewend zijn, maar ook omdat het lastig is de juiste woorden te vinden voor de emotionele en soms zelfs lichamelijke ervaring die film kan zijn. Dus val je terug op waar je wel over kan schrijven; de plot, de structuur, de psychologie van de personages. Maar de film, de ervaring van de film, is je dan allang ontsnapt.

La Danseuse gaat over schoonheid. Over het vermogen van kunst om te betoveren en hoeveel je daarvoor offert. Over de mythe dat de elegantie van een vrouw een soort natuurlijke staat is. Voor sommigen ja, zoals de mooie Isadora (Lily-Rose Depp), die zo moeiteloos haar lichaam laat spreken, zonder weerstand door het leven lijkt te zweven. Maar voor Marie Louise (Soko) is het een worsteling, die zowel mentaal als fysiek een kolossale kracht kost.

Loïe Fuller, zoals ze zichzelf gaat noemen, geselt haar eigen lichaam om de toeschouwers de illusie te geven van gratie en gewichtloosheid. Ze draagt letterlijk en figuurlijk een juk dat haar schouders beurs drukt en de bloedvaatjes in haar ogen doet barsten. Het doet denken aan de door Miles Teller gespeelde aspirant-jazzdrummer die in Whiplash tot bloedens toe zijn drumstokjes op het vel van zijn drumstel slaat. Zoekend; niet naar het juiste ritme, maar naar het perfecte ritme.

De spaarzame kritiek die Whiplash kreeg, richtte zich ook op de mager uitgewerkte plot, maar gelukkig begrepen de meeste mensen dat de film daar niet over ging. Of beter gezegd: ze voelden het. Whiplash is een lijflijke film, zoals ook La Danseuse dat op de beste momenten is. Daar had debuterend regisseur Stéphanie Di Giusto van mij nog wel verder in mogen gaan. Op een cinematograaf als Benoît Debie en het zinderende charisma van Soko kun je dat experiment prima bouwen.

La Danseuse werkt het beste in die scènes waarin Di Giusto en Debie de film terugbrengen tot slechts beweging, kleur, licht en geluid. Zoals in de hypnotiserend mooie optredens van Loïe. Die scènes zijn niet alleen een ode aan Fuller en haar unieke en geheel zelf ontwikkelde dansstijl, maar ook een testimonium van zowel de ontwikkelingen binnen cinema als de wortels ervan. Want dankzij de gebroeders Lumière is het werk van Fuller (weliswaar uitgevoerd door anderen) ook onlosmakelijk verbonden met de vroegste dagen van cinema.

La Danseuse is geen film die wordt verteld in plot of karakterontwikkeling, maar in het zintuiglijke en de emotie. De koude trek van de mistige bossen en het zompen van de modder op straat. De onzekerheid die haar dreigt te verlammen, de jaloezie die daar weer uit voortkomt. Het gevoel dat ze niets is zonder jurk, dat ze als mens teleurstelt. Maar bovenal dat alles ontstijgende verlangen te dansen. Wat vooral ook een verlangen is naar vrijheid, een ontsnapping aan de zwaartekracht. Maar juist in haar streven daarnaar raakt Loïe gevangen in een paradoxaal besef: dat gewichtloosheid loodzwaar kan wegen. 

Trailer