Lo and Behold

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"Out of control." Zo typeert iemand in Lo and Behold het internet. Een filter is er niet, informatie vliegt ons zonder context of hiërarchie om de oren. Zou je de data die op een gemiddelde dag door het netwerk raast op cd’tjes branden dan krijg je een stapel van hier tot Mars en terug, vertelt Werner Herzog ons in zijn typerend gearticuleerde en met Duits accent doorspekte voice-over.

Herzog, die 'the internet' uitspreekt alsof hij er gister pas voor het eerst van gehoord heeft, begint zijn film op de UCLA; de geboorteplaats. Maar wat aanvankelijk heel even een conventionele documentaire lijkt te gaan worden die ons chronologisch door het ontstaan en de ontwikkeling van het internet leidt, wordt al snel Herzogiaans als hij net die internetpionier vindt die aan de eerste modems begint te snuffelen, en net die IT-pionier die op zijn woonboot filosofeert over water. Deze Ted Nelson is altijd het buitenbeentje gebleven. "To us you’re the only one who’s clinically sane", bezweert Herzog hem.

Via hoofdstukken als ‘The Dark Side’ en ‘Earthly Invaders’ onderzoekt Herzog die aspecten aan het internet die hem interesseren en fascineren. In een tableau-achtige scène confronteert hij ons met een gezin dat slachtoffer werd van cyberpesten nadat een van de kinderen was omgekomen bij een gruwelijk auto-ongeluk. En in de afzondering van de bossen nabij Seattle bezoekt hij een groepje mensen dat naar eigen zeggen letterlijk ziek werd van de straling van mobiele telefoons.

Herzog vertrekt vanuit nieuwsgierigheid, maar zijn nieuwsgierigheid lijkt altijd net wat anders bedraad te zijn dan die van de rest van ons, waardoor zijn vragen de kijker en - misschien belangrijker nog - de geïnterviewden verrassen tot het punt dat ze even stilvallen en uit hun jargon weggetrokken op zoek moeten naar de juiste woorden. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer Herzog de eeuwenoude uitspraak van Carl von Clausewitz aanhaalt dat de oorlog soms van zichzelf droomt en vraagt: droomt het internet van zichzelf? 

Iemand merkt vervolgens op dat het internet misschien allang een kunstmatige intelligentie heeft ontwikkeld, maar heeft besloten dat niet kenbaar te maken. Op dit raakvlak van technologie en bewustzijn klinken zelfs realistische aannames als surrealistische verzinsels van een sciencefictionschrijver. Als Herzog ergens terloops Elvis noemt, is dat grappig, maar ergens toch ook betekenisvol. Het doet beseffen hoe ver we verwijderd zijn van de wereld van Elvis Presley. Niet zozeer in de tijd, maar in hoe onze manier van leven veranderd is en dat nog steeds doet.

Want wat bovenal opvalt als je Lo and Behold kijkt, is hoe snel alle ontwikkelingen gaan. En de snelheid van die ontwikkeling lijkt alleen maar te extrapoleren. Zoals ook Frank Theys liet zien in zijn documentairereeks Technocalyps, waarin de ondergang van de mens al wordt aangekondigd. Het is een snelheid die geen ruimte meer laat voor debat. Over de ethische kant, maar ook over de invloed van die groeiende tegenwoordigheid van technologie op ons brein, op onze gezondheid.

Het moge duidelijk zijn dat voor Herzog juist de vraagtekens tellen. En dat in zijn ogen iets essentieels verloren dreigt te gaan. Wanneer hij wetenschapper Sebastian Thrun voorwerpt dat een robot niet verliefd kan worden, antwoordt deze lachend dat hij er ook niet op zit te wachten dat zijn vaatwasser verliefd wordt op zijn koelkast. Daarmee betrekt hij de vraag direct en bijna reflexief op de machine en niet op de mens. Blijkbaar niet beseffend dat hij daarmee precies bevestigt wat Herzog vreest.

In zijn documentaires trekt Herzog vaak naar plekken ver weg van de moderniteit; Antarctica, de grotten van Chauvet, de Sahara. Portretteert vaak mensen in al dan niet zelfverkozen isolatie, zoals Timothy Treadwell in Grizzly Man of de dove en blinde Fini Straubinger in Land of Silence and Darkness. De ondertitel van Lo and Behold luidt Reveries of the Connected World. Maar wat verstaan we eigenlijk onder verbondenheid en is de verbondenheid die het internet biedt niet net zozeer isolatie?

Natuurkundige en kosmoloog Lawrence Krauss merkt op dat we over enkele decennia misschien helemaal niet meer in levende lijve met elkaar communiceren. En dat we misschien zelfs gelukkig kunnen zijn op die manier. Hij gaat voorbij aan de vraag of we dat eigenlijk wel moeten willen. Hij gaat zelfs voorbij aan de mogelijkheid dat we daarover grondig filosoferen en discussiëren voordat het een voldongen feit is. En juist dat is minstens zo beangstigend als het toekomstbeeld dat hij schetst. 

Trailer