Manglehorn

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"I'm an angry man", stelt sleutelmaker Manglehorn (Al Pacino). Hij is een eenzelvige en routineuze man, die zijn werk doet zonder tegenzin, maar ook zonder zichtbaar plezier en wiens enige 'uitje' zijn wekelijkse gang naar de bank is, waar hij altijd voor het loket van Dawn (Holly Hunter) kiest en met haar wat keuvelt over het welzijn van hun huisdieren. Thuis praat hij eindeloos tegen zijn kat Fannie, een witte Pers die zichzelf telkens in het keukenkastje opsluit.

Manglehorn is een film over ouderdom, eenzaamheid en verbitterdheid. Met een hoofdpersonage dat sterk neigt naar cynisme, waar de film daar telkens weer van wegstuurt. Al Pacino maakt Manglehorn nergens mooier dan hij is, speelt hem met een soms bijna ongemakkelijke melancholie; zijn stem gruizig, zijn bewegingen traag. De film heeft een deprimerende toon, maar is dankzij de eigenzinnige stijl van regisseur David Gordon Green verre van grauw.

David Gordon Green weet in zijn films vaak een fascinerend vleugje magie te stoppen, momenten waarop de tijd even vertraagt en de wereld rond het moment een eerbiedige stap achteruit zet. In Prince Avalanche zaten bijvoorbeeld een paar prachtig surreële scènes met een vrouw die in haar afgebrande huis op zoek was naar haar pilotenbrevet, in Manglehorn is er onder meer een wonderlijk moment waarin een man plotseling in een serenade uitbarst in de bank.

Maar waar de balans in datzelfde Prince Avalanche heel goed werkte, daar is die in Manglehorn een beetje zoek. Green introduceert net wat te veel van die surreële momenten en symbolische elementen, van het wespennest in Manglehorns brievenbus, tot de mimespeler en de ballonnen die horen te zweven in de lucht. En dan is er nog de vreemde bijrol van Harmony Korine (Kids, Spring Breakers) als Manglehorns oud-leerling Gary, wiens scènes lijken op korte, vervreemdende uitstapjes naar zijn cinema-universum. Het zijn elementen die opgeteld geen goud willen vormen, maar afzonderlijk voor een aantal mooie, soms betoverende momenten leiden. 

Het geeft de film een vrij unieke sfeer, maar maakt ook dat daarin de menselijke aspecten soms wat verloren raken. De melancholieke eenzaamheid van Manglehorn, de voorzichtige toenadering tussen hem en bankbediende Dawn. Een toenadering die Manglehorn direct en in weerwil van zichzelf weer teniet doet door oeverloos te mijmeren over een vrouw die hij ooit liefhad. "She was perfect, in a manner of speaking."

Regelmatig horen we hoe Manglehorn via brieven deze Clara toespreekt, zijn grote liefde die hij liet ontglippen, zoals hij het zelf zegt. Een vrouw ook, die hij in de loop der jaren is gaan idealiseren, waardoor alle andere mensen in zijn leven slechts bleek afsteken bij de herinnering aan haar. Waardoor elke ontmoeting zijn eenzaamheid alleen maar verder benadrukt. "People everywhere", mijmert hij, "but none of them mean anything to me."

Die voice-over doet denken aan de voice-overs in het werk van Terrence Malick. Eenzelfde fluisterige intimiteit, hetzelfde associatieve en repetitieve. Voordat Green met Pineapple Express tijdelijk de richting insloeg van de (stoner)komedie, maakte hij films die een duidelijke Malick-invloed in zich droegen; onder meer George Washington en Undertow. Maar waar Malick radicaal kiest voor het non-narratieve, daar laat Green dat (nog) niet geheel los, waardoor juist wordt benadrukt dat dat flintertje narratief nooit werkelijk wordt uitgediept.

Manglehorn is een lastige film om van te houden. De sfeer die Green creëert is weliswaar bij vlagen meeslepend, hij geeft ons daarbinnen een hoofdpersonage waarmee het lastig identificeren is en laat zijn film de tamelijk richtingloze gang van diens leven volgen. Thematisch herinnert Manglehorn aan Alexander Payne's About Schmidt, ook over een oude, boze man die zijn verbitterdheid in de weg laat staan van zijn sociale contacten. Maar waar Schmidt eropuit trok, daar blijft Manglehorn in hetzelfde cirkeltje draaien. Niet in staat de sleutel te vinden om zijn leven te ontsluiten. 

Trailer