Midnight Special

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"If he is not the word of God, God never spoke." Dat zegt de vader over zijn zoon in Cormac McCarthy’s The Road. Het is een bedrieglijk simpel zinnetje, waarmee McCarthy het bestaan van God opheft door het te bevestigen. En met deze woorden bezegelt de vader in feite zijn lot. Want wie het pad van dat woord kiest, moet het volgen tot het eind.

Dat citaat kwam in me op toen ik Jeff Nichols’ Midnight Special zag. Een film over een vader die ervoor kiest zijn zoon onvoorwaardelijk te volgen en beschermen. Ook al heeft hij geen idee wat die zoon precies met zich meedraagt en ook al beseft hij gaandeweg dat het einddoel wellicht ook een afscheid zal betekenen. Geholpen door een oude jeugdvriend (Joel Edgerton) rijdt de vader (Michael Shannon) met zoontje Alton (Jaeden Lieberher) door Texas, opgejaagd door enerzijds de sektarische religieuze beweging waar ze tot kort daarvoor deel van uitmaakten en anderzijds de FBI die een klopjacht heeft geopend.

Het werk van filmmaker Jeff Nichols wordt wel eens vergeleken met de Great American Novels. Dat heeft enerzijds te maken met zijn vermogen iets van de ziel - of hoe je het ook wilt noemen - van Amerika te vangen. Van het Amerika dat niet op de rode loper past of in de veel te perfecte Sears-catalogus waar Harry Crew aan refereert in de documentaire Searching for the Wrong-Eyed Jesus. "Wasn't any bald heads, everybody had all their fingers." Het Amerika in Nichols' films is het Amerika van het onderweg zijn en de imperfecties. Van de auto die misschien niet meer zonder hoesten start, maar wel een verhaal vertelt.

Het is precies daarom dat Michael Shannon zo perfect past in zijn films (hij speelde tot nu toe in alle vier). Shannon zou nooit in een Sears-catalogus komen, met zijn veel te grote hoofd en uitpuilende ogen. En juist dat maakt hem in Midnight Special zo ontroerend. Precies omdat we geloven dat hij een man is die niet kan doorgronden wat de implicaties zijn van zijn zoons krachten en hoe vuil de intenties zijn van de autoriteiten die op hem azen, en die in dat wonderkind toch vooral zijn kind blijft zien, dat je in je armen neemt en in het oor fluistert: "you'll be okay".

Maar die vergelijking met de Great American Novel zit ook in Nichols' vertelkunst. In Midnight Special vertelt hij het verhaal zo ingehouden, geeft hij de informatie zo spaarzaam, dat het sommigen zal tergen. Dat Alton bijzonder is, is snel duidelijk. In de auto leest hij stripboeken met een zaklamp en op zijn hoofd een zwembril. En 's ochtends gaat hij slapen met een grote koptelefoon op, de ramen afgeplakt met stukken karton en duct tape.  We horen dat hij allerlei talen spreekt die hij eigenlijk niet kent en we zien dat er soms een witte lichtstraal uit zijn ogen komt. En dat het hem uitput.

Maar minstens zoveel weten we niet en Nichols weigert onze behoefte aan snelle en definitieve resoluties te bevredigen. Nichols houdt in. Wat in essentie een achtervolgingsfilm is, brengt hij bijna tot stilstand. En Nichols houdt achter. Want wat is nu precies de aard van die religieuze sekte? Waarom ging Alton's moeder Sarah (Kirsten Dunst) er weg en was dat uit vrije wil? We komen er niet achter en dat is helemaal niet erg. Nichols geeft ons geen antwoorden, omdat antwoorden als kryptoniet zijn voor verwondering.

Want het gaat niet om de exacte vorm, kleur of structuur van de onthulling. Het gaat om de blikken van de mensen die het aanschouwen. De geest van Steven Spielberg waart ontegenzeggelijk rond in Midnight Special en dan vooral die zo iconische verwonderde blik. Dat karakteristieke Spielberg-shot viel in de laatste jaren uit de gratie, of kreeg een andere lading; een meer reflectieve of zelfs politieke. In Midnight Special brengt Nichols het terug naar z’n meest pure vorm, als wat video-essayist Kevin B. Lee zo prachtig verwoordde "a childlike surrender in the act of watching".

En dat is uiteindelijk waar Midnight Special om draait. Dat kun je naïef vinden, dan kun je sentimenteel vinden, maar persoonlijk vind ik dat waar die blik verloren gaat - of het nu in het echt is of in film - een grote armoede ontstaat. Nichols wil ons niet tergen met zijn summiere informatievoorziening. Hij wil ons uitnodigen om onze zo vaak op verwachtingen gestoelde manier van kijken, zo gericht op het vinden van aanwijzingen en antwoorden, overboord te gooien en bevrijd daarvan te kijken. Want je hoeft het niet allemaal te weten of begrijpen om het te voelen. Zo simpel is het soms. 

Trailer