The Neon Demon

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"Are you food or are you sex?", vraagt Ruby (Jena Malone) aan Jesse (Elle Fanning). Maar die vraag is eigenlijk misleidend. In The Neon Demon zijn seks en voedsel niet van elkaar te onderscheiden. De nieuwste film van Deens filmmaker Nicolas Winding Refn (Drive, Only God Forgives) speelt zich af in de mode-industrie, die wordt neergezet als een open jachtseizoen waarin wordt geaasd op jonge meisjes die na het bereiken van hun houdbaarheidsdatum worden weggeworpen als verrot vlees. Een wereld met slechts één wet: eat or be eaten.

Wanneer Jesse aan het begin van de film een modellenbureau binnenloopt, lijkt ze onzeker als een pasgeboren giraf. "That whole deer in the headlight thing is exactly what they want", vertrouwt Ruby haar toe. Ruby is make-upartiest. Van zowel de levenden als de doden, al lijken die twee soms nagenoeg inwisselbaar. Familie heeft Jesse niet, vrienden eigenlijk ook niet, maar in L.A. leert ze dat wat ze wel heeft het enige is dat ertoe doet: schoonheid. "Beauty isn't everything", zoals een modeontwerper opmerkt, "it's the only thing."

Het idee van de fashionindustrie als vleeskeuring wordt door Refn bijna letterlijk vertaald en naar perverse extremen getrokken. Je zou het een kritiek op de modewereld kunnen noemen, op onze obsessie met uiterlijke schoonheid, maar dan ga je voorbij aan de verleidelijke wijze waarop Refn zijn personages erdoor laat verzwelgen. The Neon Demon past naadloos in het eigenzinnige oeuvre van Refn. Dezelfde trage dialogen, waarin elke zin zwanger is van symboliek, dezelfde hevige stilering. Het L.A. waarin Jesse's nachtmerrie ontaardt zindert van het neonlicht en de pulserende elektro.

Meer dan ooit weet Refn in The Neon Demon beelden neer te zetten die zich in je netvlies etsen. Het is zijn eerste samenwerking met cinematograaf Natasha Braier, die eerder onder meer David Michôd's The Rover en Lynne Ramsay's bloedmooie korte film Swimmer draaide en net als in die films kun je The Neon Demon op elk willekeurig moment stilzetten en je vergapen aan de esthetiek; van het vlammende kleurenpalet, dat langzaam verloopt van blauw naar rood en terug, tot de in perfectie gecomponeerde tableaus. 

Zoals altijd bij Refn klinkt de kritiek dat zijn film stijl over inhoud is, wat een non-discussie is, omdat stijl en inhoud elkaar niet uitsluiten. Wel is het zo dat we de betekenis van Refn's films niet moeten zoeken in het narratief (dat is er in The Neon Demon nauwelijks), maar in de vorm en dat Refn daarin niet subtiel is.

De poema in Jesse's hotelkamer, het witte niets van de fotostudio; de symboliek druipt er vanaf. En de metaforen die Refn kiest geven het woord consumptiemaatschappij een abjecte bijsmaak. Maar door de radicaliteit waarmee Refn zijn visie volgt, werkt het. En daarbij: het is nu juist de kunst van cinema om de betekenis in de vorm te stoppen.

Mijn pijnpunt bij deze film zit dan ook niet daar, maar in de spanningsboog, of eigenlijk juist het gebrek daaraan. Waar in een recente film als Paul Verhoevens Elle (die ook over de verhouding tussen prooi en roofdier gaat) in vrijwel elke scène de machtsverhouding minstens één keer verschoof, daar zijn de transities in The Neon Demon veel schematischer, waardoor de spanning binnen scènes soms mist en de hypnotische ervaring even doorbroken wordt. 

En toch, naarmate de dagen sinds ik de film zag verstrijken, merk ik dat de beelden van Braier, de muziek van Cliff Martinez, zich niet uit mijn hoofd laten jagen. Dat iets me terug naar de film trekt, met de onverbiddelijkheid van de zwaartekracht. Dat mijn kritiek - waar ik nog steeds achter sta - me steeds minder relevant voorkomt. Schrijven over film doe je vanuit herinnering en herinnering is een verraderlijk iets. Zoals ook The Neon Demon zelf verraderlijk is. Verraderlijk en verleidelijk.  

Trailer