The Assassin

Beoordeling:

Geplaatst: door Elise van Dam

"Ik maak mijn films met mijn rug naar het publiek", zei Hou Hsiao-hsien vorige week in EYE. De zaal antwoordde met applaus. The Assassin, de nieuwste film van de Taiwanese regisseur, is bezig aan een wereldwijde zegetocht sinds de film vorig jaar in Cannes in première ging en Hou er een Gouden Palm voor beste regie mee naar huis nam. Over één ding is iedereen het eens: The Assassin is een wonderschone film, maar dat is ook direct de kritiek. Want de film zou een weliswaar mooie, maar lege huls zijn. En dat roept de vraag op: is het een probleem als een film enkel schoonheid is?

Het is een vraag die ik me voor het eerst stelde toen ik enige tijd geleden Aleksandr Sokoerov’s Mother and Son zag. Esthetisch gezien één van de mooiste films die ik ooit zag, met shots die me bijna letterlijk de adem benamen. Maar de schoonheid was zo overweldigend, dat ik op geen enkel ander niveau een connectie kon maken met de film. In The Assassin zit een scène waarin een vrouw de geschiedenis van de moeder van het hoofdpersonage vertelt. Maar ook al las ik de ondertiteling, registreren wat er gezegd werd deed ik niet, omdat al mijn hersencapaciteit werd opgeëist voor de verwerking van de visuele informatie.

De vraag is in hoeverre ik iets gemist heb. Net als Sokoerov in Mother and Son vertelt Hou een verhaal dat zo universeel is, dat we het gevoelsmatig al begrijpen nog ver voordat het wordt uitgespeld. Yinniang (Shu Qi), de moordenares uit de titel, krijgt opdracht de militaire leider van de machtige provincie Weibo te liquideren, een man die haar neef is en eens haar geliefde. Yinniang moet beslissen waar haar loyaliteit ligt en of ze politiek stelt boven haar emoties. Dat conflict vormt echter nooit het centrum van de film.

Want dat centrum wordt gevormd door de schoonheid en die is, met dank aan Hou's vaste cinematograaf Mark Lee Ping-Bing, overdonderend. Van het zwart-wit van de proloog tot de perfecte composities en het doordachte kleurgebruik. Van de weelderige rijkdom van de interieurs tot de weerbarstige en mistige natuur. Er spreekt een zeker ontzag uit de wijze waarop Hou het negende-eeuwse China ten tijde van de Tang-dynastie hier tot leven brengt. En ik betwijfel of we in The Assassin meer moeten zoeken dan een bloedmooie evocatie van de mystiek van het oude China. Elk woord, elk gebaar werkt mystificerend.

The Assassin is een film die zeer bewust is van de wuxia-traditie waarin hij staat en daar tegelijk ook buiten staat. Gevochten wordt er nauwelijks en de spaarzame vechtscènes zijn geen sierlijk uitgesponnen balletchoreografieën zoals in House of Flying Daggers of Crouching Tiger Hidden Dragon, maar erupties waarbij de zwaarden en vuisten met korte halen de stilte doorklieven. Zoals Hou telkens die stilte op de voorgrond plaatst juist door hem te doorbreken met het ruisen van de wind en het diepe gedreun van de soundtrack.

Dat monotone gedreun, de weinige dialoog, de trage bewegingen van de camera en de personages; Hou gebruikt alle middelen om de tijd in zijn film uit te rekken tot het uiterste. Dat levert momenten op waarin de kijker bijna onder hypnose wordt gebracht en de beelden aan ons voorbijtrekken als in een droom. Een droom echter waarvan de betekenis niet te ontsleutelen lijkt en misschien niet eens aanwezig is. Kijken naar The Assassin is kijken naar een wereld die z'n geheimen nooit prijsgeeft. Dat kan intrigeren, maar ook vervelen en zelfs - zoals ik ervaarde - allebei tegelijk.

Trailer